Fietsen

1997: overal fietsen in het straatbeeld

Bron: De Telegraaf -augustus 2017

In 1997 maakten wij onze eerste grote reis, naar China. Dat land was toen al bezig aan een enorme economische groei. Meteen bij aankomst werden we overweldigd door de ongelofelijk hoogbouw, waaraan 24 uur per dag gewerkt werd.
Er reden al wel veel auto’s, maar er waren nog veel meer fietsen. Rijen fietsen bij het station, rijen fietsen bij een markt en als het spits was, zag je onafzienbare rijen fietsers op de wegen. In Beijing zag ik een bakfiets met op de bak een stoeltje, waarop oma zat als een prinses. Ze keek ons aan met een blik van “Arme witnekken, jullie moeten lopen, maar ik word gereden!”
Een fiets was toen nog een heel bezit voor de meeste Chinezen. Al zullen ze al wel gedroomd hebben van een autootje.
Nu rijden er zoveel auto’s in China dat de lucht soms niet meer te harden is. En heeft datzelfde Beijing alweer een ander probleem: waar laten we al die oude en kapotte fietsen? Ach ja, tijden veranderen…

Bewaren

Oldtimers

This slideshow requires JavaScript.

Afgelopen zaterdag gingen we naar Culemborg. Niet alleen om een verjaardag te vieren, maar ook om even rond te neuzen in het gezellige centrum. Daar is vaak iets te doen. En laten we nu ook weer met onze neus in de boter vallen, want er was een oldtimershow. De Markt en omliggende straten en pleinen stonden vol met honderden oude auto’s, de meeste fraai opgepoetst, maar sommige met het stof van jaren er nog op. Er was voor ieder wat wils, bakbeesten van Amerikaanse sleeën, VW Kevers, veel rood en glimmend koper, versieringen die tegenwoordig volkomen taboe zijn. Op de laatste nipper moest er soms ook nog wat gesleuteld worden en sommige (bij)rijders hadden zich in toepasselijke kleding gestoken. Zelf maakte ik nog een alternatieve selfie en Leo moest natuurlijk met een VW Kever op de foto. Weer een dag vol goede herinneringen!

Auto’s

Toen het op zaterdag in Turijn regende, besloten we om naar het Automobielmuseum te gaan. We moesten echt goed zoeken, terwijl het toch een behoorlijk groot museum is. Een routemarkering zou niet overbodig zijn, vonden wij  🙁
Natuurlijk begon de tentoonstelling met een hele reeks oude automobielen, die er vaak prachtig uitzien. Niks stroomlijn, niks eenheidsworst. In tegendeel, schitterende modellen met veel koper, sierlijke lijnen en handgemaakt interieur. Het was soms een beetje donker, zodat niet alle wagens goed op de foto kwamen. Maar ik kon me zo voorstellen hoe de dames en heren van toen zich moeten hebben gevoeld in zulke wagens.
Bij de auto’s uit de moderne tijd verwachtte Leo een keur aan Italiaanse modellen, met name FIAT, omdat dat merk oorspronkelijk in Turijn werd gemaakt. Natuurlijk stond er een FIAT 500, maar geen 124, die toch eens “Model van het jaar” was. Toch bleek er genoeg te zien. Supersnelle race auto’s, modellen van over de hele wereld. Na onze lunch was het gelukkig droog geworden en konden we rustig nagenieten met een drankje op één van de vele pleinen.

(Klik op een foto om te vergroten)