Afgedankt

schrijfmachine.jpgOp één van mijn wandelingen zag ik deze schrijfmachine staan bij een kringloopwinkeltje. Er zat zelfs nog een stuk papier in, waar wat nonchalant op getypt was.
Kinderen van nu weten niet meer wat dit voor een ouderwets ding is. Want we hebben tegenwoordig bijna altijd een computer, of een laptop, tablet of smartfoon. Typen doen die jonge dingen met het grootste gemak, met twee vingers of ze appen met hun duimen. Zelf leerde ik nog keurig het tien vinger-systeem. Ik leerde nog wel meer, waar nu met een vragende blik op wordt gereageerd. Want wie schrijft er nog een briefkaart, wie ondertekent nog “met de meeste hoogachting” of zoekt de juiste titulatuur van de geadresseerde op. Aan “de Weledelgestrenge Heer ….. of was het Hoogwelgeboren…. ? We mailen nu dagelijks, of sturen een what’sapp. Op kantoor zijn al lang geen zalen met typistes meer, die driftig tikkend de correspondentie uitwerkten. Stenografie lijkt ook iets uit een ver vervlogen tijd.
Ik heb geen heimwee naar deze antieke schrijfmachine, met zijn toetsen waar je vingers tussen bleven haken en je zorgvuldig gelakte nagels op afbraken. Ik verlang niet meer terug naar het lint dat verwisseld moest worden, altijd net op het moment dat het niet uitkwam. Nee, laten we dit apparaat maar in een museum plaatsen. Zijn tijd is geweest en wat de komende decennia zal brengen, dat merken we vanzelf wel…

Ouwe tijd

Laatst plaatste Bettie een blogje over een schrijfmachine die ze op een rommelmarkt gekocht had. Och ja, zo’n machine met lint, in twee kleuren. Als het op was, kon je de rol verwisselen. Het was een beetje prutsen en je vingers zagen al snel helemaal zwart, of zwart/rood als het lint tweekleurig was.
Later kwam de elektrische schrijfmachine, al snel gevolgd door zo’n machine met een bolletje, van IBM. En de uitvinding van Tipp-ex, waarmee je foute aanslagen kon uitwissen. Wat een vooruitgang en wat een geruststelling dat je niet meer hoefde stuffen.
En oh, wat hebben mijn collega’s en ik, moderne secretaresses die van de hoed en de rand wisten, toch moeten gieren om die wat oudere uitzendkracht, die helemaal geen raad wist met zo’n klein wit velletje.
 

Jaren later zat ik, als herintreedster, zelf te stuntelen, met schaamrode kaken, met een computer waarop ik met geen mogelijkheid mijn net getypte document van het scherm afkreeg. Misschien zaten daar ook wel jonge meiden zich te bescheuren achter de schermen.
Maar ach, gelukkig is het met die computer nog wel goed gekomen.