Gedicht

Een gedicht van Willem Wilmink voor zijn stad Enschede

Bron: Facebook /Simone Gerard Fotografie

Het is het eindpunt van de trein,
bijna geen mens hoeft er te zijn,
bijna geen hond gaat zover mee:
Enschede.

De burchten van de nijverheid
staan er nog her en der verspreid:
spelonken, hol en afgeleefd,
waar nu de wind vrij spel in heeft.

Textielbaronnen van weleer,
hun jachtgebied bestaat niet meer.
Waar zouden ze gebleven zijn,
Van Heek, Ter Kuile, Blijdenstein?

Hebben ze kinderen voortgebracht,
hebben ze hier nog nageslacht,
of koos dat snel een betere stee
dan Enschede?

Krim, Berkenkamp, Sebastopol,
het is voorbij. De maat is vol.
Bijna geen heeft hier nog weet
van uw gelatenheid, uw leed.

Dwars door het uitgeteerde hart
loopt nu de kale boelevart
met postkantoor en V&D.
O, Enschede, Enschede.

Willem Wilmink (1936 – 2003)

Pareltje

En na een lange zoektocht vond ik op YouTube dit. Geen filmpje, maar een statisch beeld. Adèle Bloemendaal zingt uit het programma “Dat ik dit nog mag meemaken” een tekst van Willem Wilmink op muziek, ja natuurlijk, van Harry Bannink.

Pareltje

Vandaag een liedje uit het radioprogramma “De Taalstraat. Ik heb u lief, mijn Nederlands”. Helaas zonder bewegend beeld, want dat was gewoon niet voorhanden.
Gerard Cox bezingt de telefoon, de gewone hè, nog niet mobiel 😉
Tekst van Willem Wilmink en muziek, ja natuurlijk, van Harry Bannink.