Winkels

Ik las een blog over een spookdorp. Geen dorp waar ’s nachts de geesten door de straten spoken, maar zo’n dorp waarvan er steeds meer komen in ons land, maar vast ook in andere landen. Een dorp zonder behoorlijke winkels. Waar je je dagelijkse boodschappen niet meer kunt krijgen. Zo’n dorp waar slechts een afhaalpunt is en vast veel eetgelegenheden. Maar dagelijkse kost met een lantaarntje te zoeken is.

Bron: Google foto’s

Zelf mag ik niet klagen. Hier zitten twee winkelcentra op loopafstand. Ik kan kiezen uit diverse supermarkten, toko’s en speciaalzaken voor kaas of drank. Voor grote dingen zoals een nieuwe jas of bloes hoef ik niet helemaal naar het centrum. Maar zou ik borduurzijde nodig hebben, dan weet ik niet waar dat te koop is.

Kijk ik naar de nieuwe wijken niet ver van ons vandaan, dan valt me op hoe schamel het winkelaanbod daar is. Uiteraard is er een winkelcentrum met grote ketens en een paar supers. Maar een slager vind je er niet, een echte groenteman is ook moeilijk te vinden. En of je wilt of niet, voor grote boodschappen moet je de auto wel nemen.

Zo langzamerhand is de balans tussen wat we willen en wat we kunnen kopen een beetje zoek. Ik denk dat heel veel mensen verlangen naar de kleine winkels van toen. De bakker, de slager, de kruidenier, de wolwinkel, maar ook een bankfiliaal of postkantoor node missen.

En waar kun je nu nog een paar schroeven kopen, je kleine gereedschap laten repareren? Tegenwoordig zit alles in grootverpakking in plastic en kapot gereedschap… ach je kunt net zo goed nieuw kopen.

Maar ik vind het toch jammer. En beslist geen vooruitgang.