
Ergens in de zomer kwam hij, de kolenboer. Of het warm was of niet, of het regende…. het maakte niet uit. Hij sjouwde de zakken met kolen naar de zolder. 50 kilo ging op z’n schouder de 3 trappen op.
Mijn moeder had de loper al afgenomen. In een hoek van de kamer lag een stapel koperen roetjes die gepoetst moesten worden.
De kolenboer was voor mij een griezelige man. Met z’n zwarte gezicht, een zak over z’n haar.
Hij bleef altijd even zitten, kreeg een bakkie koffie of thee en maakte een praatje met m’n moeder. Want in het gewone leven was hij “oom Thomas”.
Niks griezeligs aan, een bekende en aardige man met een waterstokerij in het noorden van de stad. En al jaren bevriend met mijn vader. We gingen er regelmatig op bezoek en ook hij kwam met zijn vrouw bij ons over de vloer.
Maar als kolenboer herkende ik hem niet en leek hij een totaal ander mens.

Wat een vak was dat toch eigenlijk. Sterke kerels moesten dat toch zijn geweest want die zakken waren dus best heel zwaar. Sommige kolenhokken waren op zolders, dus klimmen moesten ze ook nog. Bij ons kwamen ze niet in mijn jeugd want wij hadden stads- en nog later aardgas. Dus bij ons kwamen ze niet.
In 1962 verhuisden wij naar een nieuwbouwhuis. Daar was in de tuin en naast de schuur een groot kolenhok gemetseld. Standaard nog, bij al die huizen.
Ja hoor, bij ons kwam ook de kolenboer. Wij hadden een schuur dus daat gingen de kolen in,
Oh…. wat een herkenbaar verhaal, sterker nog, ik schreef ook al eens iets dergelijk en illustreerde dat met (ongeveer) met dezelfde foto. Ik had zelf de kolenboer niet meer over de vloer al stookte we nog een jaar of 10 kolen in m’n huwelijk. Maar we kochten die gewoon handzame zakjes omdat de krapte in de toenmalige huizen opslag onmogelijk maakte.
Je oom had dus een beetje het zwarte Piet effect want zo’n zwart gezicht maakt je onherkenbaar wat ook precies de bedoeling is van zwarte Piet zodat een goed ingevoerd familielid die rol kan spelen.
Spannend, de kolenman. En grappig, dat je hem niet herkende.
Bij ons kwam vroeger ook altijd de kolenman. Vogel heette hij…
En net zoals bij jullie bracht hij de zware zakken naar boven.
En dat zwarte gezicht…
Het was altijd een enorm gedoe als de kolenboer kwam, vanwege al dat gruis. Ik herinner me dat er ook maten waren in de kolen. Later kwamen de kolen in papieren zakken.
Toen ik in 1974 in Den Haag ging wonen hadden we in de 2 kleine kamertjes een oliekachel en kwam elke 2 weken de petroleum boer langs met kannen. Was in ouderlijk huis al CV gewend en vond het vreselijk stinken, gelukkig woonden we daar maar een jaar.
Wonderlijk he, hoe sommige beroepen simpelweg zijn verdwenen?
Wij hadden ook een kolenboer in de familie, en in die tijd werkte de helft van de familie in de mijnen.
De kolenboer herinner ik me nog vaag. Wij hadden een kolenhok achterin de schuur. Ik herinner me ook nog de kolenkachel met de mica ruitjes. Maar wat een waterstokerij was, heb ik even moeten googlen.