
De bonte hulst in onze voortuin groeide tegen de klippen op. Niet alleen in de hoogte, maar ook in de breedte. En vooral langs het pad naar de deur werd dat lastig.
“Zal ik hem snoeien?” vroeg de tuinman. “Maar niet schrikken hoor, dat wordt een heel verschil.”
Ja, wat moet dat moet dan maar. Al was ik niet voorbereid op dit beeld. Een vrijwel kale struik, die een beetje armetierig stond te wezen.

Dagelijks bekeek ik of ik al wat zag groeien.
Wekenlang geen enkel teken, toen kwamen er piepkleine puntjes aan de takken. Allengs werden ze groter, roodachtig. Ja hij groeit, maar traag… traag.
En nu? Na een beetje extra water, een flinke regenbui en volop zon is hij opnieuw niet meer te stuiten.
Gelukkig, alles kwam dus goed!
