Beetje herfst

Voor mijn gevoel is de zomer nog maar net begonnen. Want zeg nou zelf, zoveel warm weer hebben we nog niet gehad. Maar zo nu en dan denk ik dat het al weer herfst is. Dat is nou weer een beetje overdreven, maar toch. Vorige week woei ik bijna omver, vlogen de takken van de bomen en toen ik het papier en plasticafval ging wegbrengen, viel me op hoeveel struiken er al bessen hadden. Ook de kastanjes droegen al weer vrucht.
Dus, al willen we het niet, zo langzamerhand wordt het toch een beetje herfst…

Vierdaagse

Vandaag begint de 101ste Nijmeegse Vierdaagse. Of ik mee doe? Nee, zoveel kilometers loop ik niet op één dag. Ik volg het ook niet nauwgezet, maar zo nu en dan zie ik wat voorbijkomen op TV of Facebook. Ik heb bewondering voor al die lopers die elk jaar weer in hun wandelschoenen stappen en vier dagen lang tientallen kilometers weglopen. In de regen, onder een hete zon of in kille wind.
Alle deelnemers wens ik veel succes. Maar vooral veel succes voor mijn kapster Nel, die al vele jaren van de partij is. En natuurlijk in voor onze overburen. Want zij leerden elkaar kennen bij de Vierdaagse. Maurice vroeg zijn Marlika vorig jaar tijdens de Vierdaagse ten huwelijk en op 17 juli 2017 trouwden ze.
Allemaal veel geluk, goed wandelweer, weinig blaren en spierpijn.
Op naar de gladiolen! 😉

Bewaren

Terugblik

Deze weken kijk ik terug op wat mij vorig jaar rond deze tijd is overkomen.
Mijn genezing verliep zeer voorspoedig en omdat er geen kostgangers in het ziekenhuis gehouden worden, mocht ik op vrijdag 29 januari 2016 al weer naar huis. Precies twee weken nadat ik opgenomen werd.
Wat was ik blij! Ik dacht meteen weer st
erk te zijn, maas dat was ik helemaal niet. Ik kon nog geen bloemenvaas optillen, een blokje rond was een hele toer. Dat viel me verschrikkelijk tegen. Want dan loop je tegen muren op. De was in en uit de machine doen, in de droogtrommel stoppen, strijken, ik mocht en kon het allemaal nog niet. Wat voelde ik me beperkt. Ik wilde koken, maar moest Leo vragen de pan met pasta of aardappelen op het gas te zetten of af te gieten. Iets hoog uit de kast pakken, iets laag neer leggen, het ging de eerste weken allemaal nog niet. Leo moest me zelfs helpen met aan- en uitkleden. Maar telkens zag ik wel vooruitgang. En hield me daaraan ook vast. Kijk, gisteren kon ik dit nog niet, maar vandaag lukt het me wel, hield ik me zelf voor. En zo kwamen we telkens weer een stapje verder.


De eerste zes weken mocht ik niet auto rijden, maar daarna stapte ik toch weer gewoon achter het stuur. In het begin wandelde ik met Leo maar kleine stukjes, die allengs langer werden. De eerste keer alleen was best een beetje griezelig. Maar wat voelde ik me goed toen helemaal alleen een stuk was gaan lopen. Dat had ik hem toch maar geflikt.
Wat later sloot ik me aan bij een wandelclub. Tijdens een van die wandelingen liepen we naar het Hooge Bergse bos. Daar ligt al een aantal jaren een skiheuvel. En voor ik er erg in had, stond ik daar in eens boven op. Zonder dat ik ook maar gevoeld had dat ik naar boven klom. Pas op dat moment realiseerde ik me, dat die operatie me heel veel goed had gedaan.
Inmiddels weet ik dat ik weer gewoon de dingen kan doen, die passen bij mijn leefstijl. Ik hoef niet te rennen, aan extreme sporten te doen. Maar ik gym, loop veel meer dan vroeger en voel me weer helemaal prima. Echt prima!
Natuurlijk moet ik medicijnen slikken, maar veel minder dan ik in het ziekenhuis kreeg voorgeschreven. Het is een routine, elke morgen meteen na het opstaan pilletjes nemen. En ‘s avonds gaat om 10 uur mijn telefoon, om me te herinneren aan dat laatste tabletje.
(wordt vervolgd)

Wandelen

reigerZomaar even een stukje lopen, omdat het zonnetje lekker scheen en we toe waren aan een frisse neus. En dan kom je, bijna om de hoek, deze reiger tegen. Hij zat rustig te staren over de sloot, boven op het hek van de brug. Keek eens even wie er nou weer voorbij zou komen. Misschien was hij wel gewend aan de belangstelling. In ieder geval deed hij geen poging om op te vliegen. Dus had ik alle tijd om mijn telefoon te pakken en een foto te maken. En kreeg de wandeling een klein gouden randje 😉

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Wandelen

Het is een drukke wandelweek. Woensdag had ik een afspraak met Marthy en liet ik haar een deel van Rotterdam zien. Zij schreef hierover al op haar blog, met heel veel prachtige foto’s. Zeker een kijkje waard!

Afgelopen dinsdag ging ik met de wandelclub van Koos met de trein naar Dordrecht, waar we een stadswandeling maakten en onder andere het Regenten- en Lenghenhofje en het Arend Maartenshof bezochten. Huisjes rond een tuin, destijds gebouwd voor armlastige vrouwen. Klein, besloten en veilig. Met uitzicht op een groene tuin. En al dateren ze van de 16e of 17e eeuw, ze worden toch nog steeds bewoond. Natuurlijk is er wel het een en ander gemoderniseerd.
Onderweg naar de hofjes kwamen we langs andere oudere gebouwen, sommige ver naar voren leunend. En dat is dan niet altijd het gevolg van verzakking, maar een praktisch gegeven. Want dan hijs je wat gemakkelijker de huisraad of handelswaar naar boven. Je moet er maar op komen…
Ook zijn in Dordrecht nog veel poorten en fraaie deuren te vinden. En daar maak ik graag een foto van.
Na de koffie en taart, liepen we richting Waterbus, die ons in een uurtje naar Rotterdam bracht.

groep-in-dordrecht

Dubbelklik op de foto om te vergroten of te downloaden.

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Wandelen

Wanneer het droog weer is, trek ik graag op uit. Dit keer even wandelen in het Kralingse Bos, met de wandelclub. Samen even kletsen over van alles en nog wat, de dagelijkse dingen doornemen.
Ondertussen moet je stevig doorlopen. Want die stappen moeten wel worden gezet. Nee, het lukt me niet om elke dag 10.000 stappen te zetten. Maar zo nu en dan piekt de stappenteller behoorlijk.En er is altijd wel iemand bij die je attent maakt op iets bijzonders. Op een bijzondere boom, en net afgezaagde stronk. Of op zoiets als deze lieve paddenstoelen. Schattig toch? Het lijkt wel of ze blozen…
 paddestoelen

 

Bewaren

Stilte

Vorige week wandelde ik in mijn eentje wat in onze buurt rond. Het zonnetje scheen en de herfst tintelde in de lucht. Op een bruggetje bleef ik staan en luisterde naar de stilte. Niks beklemmends hoor! Er was zelfs redelijk wat te horen. Mensenstemmen in de verte, een vliegtuig dat overvloog.
Maar daarna kreeg toch de natuur de overhand.
Ploink, ploink,er vielen wat overhangende kastanjes in het water. Plons, een eend dook kopje onder.
 stilte

Bladeren ritselden, vogels vlogen in en uit de bomen, floten of krijsten wat. Door de wind tolde een veertje over het kroos en twee libellen maakten een zwierige salto. Even een rustmomentje…

Bewaren

Bewaren

Herfst

We ontkomen er niet aan. Zo langzamerhand wordt het toch echt herfst. Ik vind dat geen slecht seizoen, met al die mooie bessen, het vele fruit. Hopelijk brengt deze herfst niet al te veel regen, zodat er nog heerlijk door mooi verkleurde bossen gelopen kan worden.  Blog-september 2016-0008

 

Bewaren

Deuren

Toen ik laatst door de wijk van mijn kindertijd liep, kwam ik in het Justus van Effencomplex deze deur tegen. In eerste instantie wist ik niet goed wat ik zag. Glom die deur nou zo? Maar toen ik wat beter keek, zag ik dat het niet een geschilderde maar een glazen deur was. Een zeer trendy  geheel, zeker met de rest. Mijn moeder vond het destijds een beetje armoedig stukje van de wijk, maar daar was nu niets meer van te merken. Integendeel, chique was een betere omschrijving.

Badhuis

badhuis Laatst gingen wandelen we in Spangen, de buurt van Rotterdam waar ik opgegroeid ben. Een buurt die ik als kind behoorlijk groot vond, maar nu bepaald gekrompen leek.
We bekeken het Justus van Effen-complex en kwamen langs het badhuis. Een instituut waar we nu niet meer zo veel van horen. Tegenwoordig heeft elk huis tenminste een douche.

Maar vroeger waste je jezelf -wekelijks- in een teil. Ik herinner me nog goed, op zaterdagavond werd de zinken teil in de keuken gezet en gevuld met vele keteltjes heet water. Mijn moeder controleerde de temperatuur en dan mocht ik er in, eerst even spelen. “Maar niet teveel knoeien hoor!” Daarna kwam moeder om me te wassen en af te drogen. Haartjes nat, nog even op… en dan naar bed. En in de winter een kruik mee, net als Gerard Cox, Kooten en de Bie bezongen.
Mijn vader deed dat niet, die ging elke week naar het badhuis. Met onder zijn arm een handdoek met daarin een stuk Sunlight zeep en schoon ondergoed. Geen idee meer hoe lang hij er over deed, maar in mijn herinnering geen uren. Je zult daar ook wel niet voor je plezier gebadderd hebben. Toen mocht geluk dan heel gewoon zijn, geef mij maar mijn dagelijkse douche. Met centrale verwarming en een lekker luchtje.

Bewaren

Bewaren