Ranzig

Dat het in studentenkamers soms een geweldige rotzooi is, weet ik uit ervaring. Als wij op (aangekondigd) bezoek kwamen, was de ergste rotzooi weggemoffeld. Maar dan nog kon zo’n kamer niet voldoen aan het predikaat “schoon”. En wat te denken van een studentenflat, waar 24 studenten op één etage woonden en de keuken deelden. Daar wil je niet gezien worden en als moeder spoken er de akeligste ziektes door je hoofd. Maar ja, onze kinderen zijn, ondanks al die ronddansende bacteriën en bacillen, toch opgegroeid tot nette mannen.

Zal de  nu lopende verkiezing tot “ransbal” uiteindelijk leiden tot een wat hygiënischer houding van de studenten. Ik ben benieuwd…

ransbal

Bewaren

Ergernis

Eigenlijk zou ik het niet moeten doen, ergeren. Zonde van de tijd en het is ook nog eens slecht voor je.
Maar toch ontkom je er niet altijd aan. En sommige ergernissen zijn ook niet echt zo belangrijk, meer een kortstondige irritatie. Eén van die irritaties vind ik steeds meer en meer in allerlei bladen en folders. Het zijn de kaarten en/of boekjes die zijn vastgeplakt met een soort siliconen. Het plakt uitstekend, dus die kaart of dat boekje valt er niet uit. En wil je het er uit halen, dan lukt dat ook prima.
 Mens-erger-je-nioet

Maar dat zo’n rottig stukje siliconen zit er wel nog steeds. Ik haal dat er meestal van af, want anders blijft er weer wat anders aan plakken. Wat ik overhoud, is zo’n raar flubbertje, dat er vies uitziet en waar ik nergens mee heen kan.En dat ergert me dus!

Weerstand

Ik ben opgevoed met reinheid hoog in het huishoudvaandel. Bij mijn moeder thuis moest alles blinkend schoon. Zelf boende ik ietsje minder rigoureus. Maar wel kreeg alles regelmatig een schoonmaakbeurt.

Het was dan ook even wennen toen oudste ging studeren. Helemaal in Groningen, dus hij moest op kamers. Gelukkig vonden we snel een kamer in een studentenflat. Toen we er een kijkje gingen nemen, werden we begroet door een man, die riep: “Niet schrikken, ze hadden gisteren een feessie!” Al in de hal sloeg ons de lucht van te lang openstaande vuilnisbakken toe.

In de gemeenschappelijke keuken moest ik even slikken. Een lang aanrecht waar overal vuile pannen, borden en glazen stonden. Vier grote kookplaten, die aangekoekt en vettig waren. Twee koelkasten, in de één diverse bakjes met schimmige inhoud. Iets roods, dat lang geleden waarschijnlijk Foe yong hai was geweest, wat ondefinieerbaar groen met een wollig laagje. In de andere koelkast een behoorlijke voorraad bier, met krat en al. Moest ons kind hier wonen en leven? Jazeker, en hij heeft het er ruim vier jaar uitgehouden. Over de hygiënische staat daar heb ik maar niet lang getobd, dat moest ik loslaten. Maar weet je wat nou zo gek was? Hij was nooit ziek. Blijkbaar zorgden al die bacteriën daar in huis voor een weerstand van je welste.

Ik vertel dit verhaal, omdat ik laatst las (klik) dat kinderen minder ziek waren in gezinnen waar de afwas met de hand werd gedaan in plaats van met een vaatwasser. Minder schoon misschien, maar dat zorgt wel voor meer weerstand!

Rommel

De staking van de schoonmakers lijkt voorbij, maar de rommel is nog niet opgeruimd. Dat wordt nog een mega klus!
Wat mij bevreemdt is dat niemand schijnt te doen, wat het meest voor de hand ligt: je eigen afval meenemen.

Onbekommerd laten de mensen hun rotzooi achter zich liggen. Prullenbak vol, mieter het er naast. Niemand die zich zorgen maakt over de stank, de verrotting en de stations die als maar  viezer worden.

Huishouden

Huishoudelijk werk….. ik loop er niet warm voor. In de ruim 40 jaar dat ik ons huishouden run, kan ik me telkens weer verbazen waar al het stof, vuil en viezigheid vandaan komen. We zijn schoon op onszelf, ruimen regelmatig op…. Toch ligt er telkens weer een lading (zichtbare) stof op de trap, moet de badkamer een beurt of kan ik toch echt niet om een rondje stofzuigen heen.

Vroeger had ik dan ook nog de indruk dat ik het deed voor de kat z’n viool. Nu helpt Leo veel meer mee en die ziet nu ook wel in dat er nodig weer eens iets moet gebeuren. En ook laat merken dat het er na ons geploeter weer spic en span uitziet.
Is het dan leedvermaak dat ik me verheug om te lezen over andere vrouwen, die duidelijk ook moeite hebben om het huishouden op rolletjes te laten lopen?

Ik lees met plezier de stukjes van Sylvia, Wieke en Aaf die zonder blikken of blozen schrijven over vaat op het aanrecht, onopgemaakte bedden, stapels ongestreken was of zoekgeraakte spullen. En die geen problemen maken als er eens een stofvlok dwarrelt, maar rustig verder lezen of er op uit trekken. Geen voorbeeldige huisvrouwen voor de preciezen onder ons, maar een sloddervos als ik spiegelt zich met plezier aan zo’n gezellig type 😉

Niet schoon

Wie veel reist, kan veel verhalen. Alleen al over de toiletten die je onderweg tegenkomt, zijn boeken vol te schrijven. Soms vergaat je de lust, ondanks de hoge nood. Dan ben ik blij dat ik  in het bos een plekje in de vrije natuur vind. Want op dit pleetje wilde ik voor geen goud.
Het stond midden in het bos, stil en verlaten. Ergens in de Baltische staten, waar meer bomen groeien dan er mensen wonen. Genoeg plek om eventjes ongestoord…..

Toiletten zijn deze week ook het thema bij Stuureenfoto