Goed gevoel…

Boekenfestijn-001“Bah, wat een gallebakkenweer”, zegt Leo. Ik kijk uit het raam en zie de regen neer gutsen. Nee, geen weer om vrolijk van te worden. Maar kom op zeg, in huis is het warm en droog, er is eten en drinken genoeg en met een lampje aan en een goed boek hoeven we ons humeur niet te laten vergallen.
Gelukkig hebben we daar geen boekje bij nodig. Dat lossen we zelf op.

Schaatsen

Als kind had ik niet zulke mooie schaatsen. Ik leerde wat krabbelen op Friese doorlopers. Geen echt groot succes. En nogal beschermd opgevoed, moest ik altijd wachten tot er iemand mee ging, alleen was te gevaarlijk. Hoe anders moet dat in de jeugd van mijn schoonmoeder zijn geweest. Haar van oorsprong Friese vader vond dat school wel kon wachten als het ijs dik genoeg was om op te kunnen schaatsen. Dan mocht ze spijbelen en werd er op sloten en singels gereden. Schoonmama hoopte dan ook dat haar kleinzonen enthousiaste schaatsers zouden worden. Schaatsen deden ze wel, maar echt fanatiek waren ze niet. Toch heb ik fijne herinneringen aan winters met ijs en sneeuw. Kinderen die moe en koud, maar opgewonden vertellend, van het ijs terug kwamen. Het gaf me het gevoel van dit schilderij, echt Hollands.
En natuurlijk is deze week het thema bij Stuureenfoto ook “schaatsen”. Neem een kijkje en doe mee als je wilt.

Schaatsen

Bron: Google foto’s

Koud

We konden er op wachten. De temperatuur zakt en “Het koude-noodplan” treedt in werking. Oh, zucht, wat een onzin.

Winter-1963

Bron: Google

Ik ga even terug in mijn herinnering, naar 1963. De dag voor die beruchte en barre Elfstedentocht. Ik moest gewoon naar school en op mijn vrije middag samen met vriendinnen lopen naar de kookles. (Ja, dat zat er al vroeg in). Het was al weken koud. Maar vond ik dat erg? Welnee, het was heerlijk. Sneeuw, ijs, hopen op ijsvrij als de temperatuur nog een beetje zou zakken.
Mijn vader was uitgevroren, want veel schilderwerk was er niet met die kou. Dus ging hij helpen om de bakkerskar over de brug of de hol bij de Mathenesserdijk op te duwen en zo een centje bij te verdienen.

Winter-1963-(2)

Bron: Google

Hadden wij warme winterkleren? Ik kan het me niet herinneren. Ik schat dat ik één lange broek had, één paar stevige schoenen. Geen laarzen, geen thermo-ondergoed. In mijn slaapkamertje stonden de ijsbloemen op de ramen. Ik kreeg een kruik mee naar bed, er werd een extra gewatteerde en dus loodzware deken op mijn voeten gelegd. Bij uitzondering mocht ik me in de kamer aan- en uitkleden. Maar wassen ging gewoon met koud water, want er was niks anders.
Maar nu stromen de media -al voor er één sneeuwvlok is gevallen, voor de thermometer ook maar een graadje gezakt is- vol met berichten over hoe koud het wordt en wat je er tegen moet doen. Al meer dan een week hoor ik dat het min 17 gaat worden, maar hier is de temperatuur nog maar net onder 0. Buiten schijnt dagelijks de zon, het is stralend weer, maar Nederland bereid zich voor op een kouderamp. Och, wat een watjes toch!

De winter van ’63

Vorige week reageerde Wieneke op een blog en vroeg of ik me de winter van ’63 nog herinnerde. Nou en of, die winter met dikke pakken sneeuw in de straten, gladde stoepen, glibberende mensen en natuurlijk de Elfstedentocht.
Toen zat ik nog op de MULO en moest dagelijks met de tram naar school. Van Spangen naar de Schonebergerweg. En in dat jaar had ik ook nog een aantal weken kookles, in de Huishoudschool op de Graaf Florisstraat. Daar moest ik dan van school naar toe lopen. Tja, ik vind het nu een afstand van niks, maar toen een lange weg. Ik droeg waarschijnlijk een lange broek onder mijn rok. Want alleen een lange broek was niks voor meisjes, vond mijn moeder. In mijn tas zat een pannetje voor mijn kookkunsten. Wat maakte ik? Pepermuntkussentjes…. En dat vond mijn moeder wel lekker, maar helemaal niet praktisch 😉 Maar ik kookte ook soep, aardappelen, rijst en groenten en vanillevla. Nou ja, de basis voor goed huishouden werd in ieder geval gelegd.
De dag vóór de Elfstedentocht trouwde mijn nichtje. In een witte kanten jurk. Veel te koud voor die barre temperaturen, dus werd op de laatste nipper een bontcape voor haar gehuurd. Desondanks zag je haar bibberen op de foto’s.
En op de radio, want TV hadden wij nog niet, hoorde ik het verslag over de tocht der tochten. Over bevroren oren, neuzen, afzien en doorzetten. Dat het zo’n verschrikkelijke tocht was, realiseerde ik me niet. Dat besef kwam veel later.
Leo lag toen in dienst, in Steenwijkerwold. Hij droeg kranten onder zijn kleren, tegen de felle wind. Hij herinnert zich nog de hoge sneeuwduinen, daar in het noorden.
Tja, kom daar nu eens om. Dat kennen we toch niet meer, zulke arctische weersomstandigheden. Dat zijn nu toch echt verhalen uit de oude doos…?

Zo zag Rotterdam er in de sneeuw van 1963 uit
Foto: Jan Sluijter

Bewaren

Brrrrr

Ook in Berlijn was het koud. Er lag nog een flink pak sneeuw en een gure oostenwind benam ons zowat de adem. Maar de zon scheen wel volop, dus liepen we soms zigzaggen door de straten om vooral aan de zonzijde te lopen.

En op de markt was Glühwein te koop. Dat smaakte heerlijk en je werd er ook weer lekker warm van.

Thuis gekomen bleek onze vijver alweer dichtgevroren. Ik vrees het ergste voor de kikkers en salamanders. Die zullen de ijstijd wel niet overleven.