Boek

Eva Vriend-De helpende hand. De gheschiedenis van de thuiszorg in Nederland, een interessant gegeven, maar soms wel een beetje droog. Alle politieke besluiten, wisselingen en gesteggel rondom de zorg in Nederland zijn niet te vermijden in een wetenschappelijk onderzoek. Maar daar ging het mij niet om. Ik wilde graag weten hoe de thuiszorg in Nederland was ontstaan, hoe het vroeger ging en hoe het beleefd werd. En gelukkig lees je dat ook in de verhalen van de verschillende geïnterviewde vrouwen.
Eva Vriend’s moeder was één van de eerste “gezinsverzorgsters” in Nederland. Maar kreeg later door ziekte te maken met diezelfde zorg, maar dan van de andere kant.
De opleiding, vaak in een internaat, was voor veel jonge vrouwen in de jaren 50 dé manier om de zorg voor jongere broertjes en zusjes te ontlopen. Het zorgen in een ander gezin was toch anders. Je taak was belangrijker, je had meer vrijheid. Gezinnen waar structuur ontbrak, moeder moest worden vervangen, het was veel en zwaar werk, maar voor de meeste vrouwen toch erg leuk. En wat een tijd brachten ze door in zo’n gezin, weken-, maandenlang. In de loop van de jaren verandert er een heleboel, niet in het minst omdat de kosten voor al die zorg de pan uit rezen. Tegenwoordig moeten gezinnen veel meer zelf oplossen. Thuiszorg is inmiddels verworden tot voornamelijk poetsen. Enkele dagen per week zorgen in één gezin is veranderd in elke dag bij meerdere gezinnen of ouderen klussen doen. Alles onder enorme tijdsdruk. Tijd voor een gezellig praatje, persoonlijke aandacht of bijsturen in het huishouden, het is er niet meer bij. Snel, snel, op naar de volgende cliënt….
Al met al toch een heel interessant boek. Ik kwam tot de conclusie dat het in het begin vrouwen zijn die de zorgtaken regelden, nu zijn het mannen die beoordelen hoe de hulp moet worden verleend. Vooral voordelig en efficiënt, maar met minder oog voor sociale aspecten en ten koste van de kwaliteit.

Gouden jaren

gouden-jaren Hoe ouder je wordt, hoe meer er een soort van “gouden sluier” over het verleden komt te hangen. Ik ben zelf nogal van de nostalgische gedachten, ga eens te meer terug in de tijd. Toen alles beter, leuker, stiller leek…. Maar is dat ook zo? Nee, natuurlijk niet. Maar je vergeet snel de onaangename dingen, de narigheid en het ongemak. Dat is menselijk. Ik las het boek “De gouden jaren”van Annegreet van Berge en herkende een heleboel zaken.

Sommige zijn best wel een beetje hilarisch. Zo spandeerde mijn moeder geen geld aan een nieuwe dweil of soplap, maar nam ze een oud hemdje of onderbroek. Ik heb dat altijd verschrikkelijk gevonden en kocht dus nieuwe poetslappen. Later kwamen de microvezeldoekjes op de markt en was ik een van de eersten om ze te gebruiken.

“Flauwekul” vond mijn moeder en “zonde van het geld”. Maar juist die vrolijk gekleurde doeken brengen wat gezelligheid bij het huishoudelijk werk. Dat inmiddels ook veranderd is. Want wie deelt er nog een stofzuiger met zijn buurvrouw?

Ik denk dat ik nog wel eens meer uit dat boek zal ophalen, dat las als een trein.

Goeroe

Ik maak er geen geheim van dat het huishouden me als werk niet zo ligt. Ik doe het, want het moet. Maar leuk, neeeee!! Toch lees ik altijd de nieuwsbrief van Getorganizednow van huishoudgoeroe Maria Gracia. Wie weet steek ik er nog eens iets van op, nietwaar?
Vorige week beantwoordde ze de vraag “hoe stofzuig ik goed?” Volgens Maria maak je lange banen over de breedte van de kamer en dan nog een keer, maar in de lengte. Zo weet je zeker dat alles in de kamer gedaan is. Nou, dat had ik ook kunnen bedenken. Alleen, dat werkt natuurlijk in de praktijk niet zo. Al stofzuigend stoot ik telkens op allerlei obstakels, zoals tafels, stoelen, bank, plantenbak, boekenkast. Niks lange banen. Wel horten en stoten en draden, waar de stofzuigerstang in verstrikt raakt. Kortom, een karwei waar ik de lol niet van inzie.

Toch dweilde ik laatst met plezier (dweilen vind ik qua systeem zo’n beetje hetzelfde als stofzuigen). Na zijn verhuizing moest het oude huis van jongste nog even schoongemaakt worden. Alles was leeg, ik was er in mijn eentje. En toen was die kamer zo gepiept. Geen enkel meubelstuk dat in de weg stond, geen draad die over de grond slierde. Het ging van zoef, zoef, zoef en het parket werd zienderogen schoon. Dat was nog eens leuk, ik werd er helemaal vrolijk van 😉 😉 😉

Trots

Trots toont deze huisvrouw haar voorraadkast. Wat heeft ze het weer druk gehad, met inmaken, pekelen en worst maken. Ik vind dat zo’n nostalgisch plaatje. Romantisch zelfs. Al had al dat werk natuurlijk niks romantisch. Integendeel, het was hard bikkelen.
In de stad werd niet zoveel ingemaakt, maar mijn tantes deden dat nog wel. Eerst kisten vol boontjes afhalen, of kersen wassen en ontpitten. Dan alles in potten, die zorgvuldig waren schoongemaakt met heet sodawater. Dat luisterde nauw. Slordig zijn was uit den boze. Maar dan kwam het moment dat tante met  trots haar kastdeur open deed. En wachtte op bewonderende “Ahhs en oohhs”.

Bron: Pinterest

Weerstand

Ik ben opgevoed met reinheid hoog in het huishoudvaandel. Bij mijn moeder thuis moest alles blinkend schoon. Zelf boende ik ietsje minder rigoureus. Maar wel kreeg alles regelmatig een schoonmaakbeurt.

Het was dan ook even wennen toen oudste ging studeren. Helemaal in Groningen, dus hij moest op kamers. Gelukkig vonden we snel een kamer in een studentenflat. Toen we er een kijkje gingen nemen, werden we begroet door een man, die riep: “Niet schrikken, ze hadden gisteren een feessie!” Al in de hal sloeg ons de lucht van te lang openstaande vuilnisbakken toe.

In de gemeenschappelijke keuken moest ik even slikken. Een lang aanrecht waar overal vuile pannen, borden en glazen stonden. Vier grote kookplaten, die aangekoekt en vettig waren. Twee koelkasten, in de één diverse bakjes met schimmige inhoud. Iets roods, dat lang geleden waarschijnlijk Foe yong hai was geweest, wat ondefinieerbaar groen met een wollig laagje. In de andere koelkast een behoorlijke voorraad bier, met krat en al. Moest ons kind hier wonen en leven? Jazeker, en hij heeft het er ruim vier jaar uitgehouden. Over de hygiënische staat daar heb ik maar niet lang getobd, dat moest ik loslaten. Maar weet je wat nou zo gek was? Hij was nooit ziek. Blijkbaar zorgden al die bacteriën daar in huis voor een weerstand van je welste.

Ik vertel dit verhaal, omdat ik laatst las (klik) dat kinderen minder ziek waren in gezinnen waar de afwas met de hand werd gedaan in plaats van met een vaatwasser. Minder schoon misschien, maar dat zorgt wel voor meer weerstand!

Dolle Mina

Al ver voordat Dolle Mina werd opgericht, was mijn moeder er een. Ze verloor in 1919 haar jaar moeder. Ze was toen net 11 jaar. Mijn opa wilde zijn zes kinderen bij elkaar houden, maar dat was niet gemakkelijk in die tijd. En daarmee begon een leven van het ene kosthuis naar het andere. Al snel moest mijn moeder mee helpen en geld verdienen, dus school schoot er bij in. En ook een mooie zangcarrière was niet voor haar weggelegd, al zong ze de sterren van de hemel tijdens het ramen zemen en andere huishoudelijk werk.
Mama ging in een “dienstje” en moest van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat sappelen. En het waren niet de leukste karweitjes die ze moest doen. Het was zwaar en ondankbaar werk. Nee, voor haar dochters had mijn moeder een andere loopbaan voor ogen dan die van dienstbode.
Wij moesten onze eigen boterham kunnen verdienen en niet afhankelijk zijn. Coupeuse, dat leek mijn moeder een mooi vak, waar altijd wel geld in te verdienen was. Helaas, mijn zus had daar totaal geen talent voor. Wel kon ze goed leren en daarom ging ze naar de HBS. In 1941 was dat voor een arbeidersdochter geen voor de hand liggende keuze. Rina kon dan ook in haar eigen onderhoud voorzien, toen ze op jonge leeftijd weduwe werd.
Ook ik maakte moeder’s droom van coupeuse niet waar, maar ging naar de MULO en werd secretaresse,  onder andere bij Museum Boymans-van Beuningen.
Mijn moeder stond weliswaar niet op de barricaden of beschilderde haar blote buik. Maar een Dolle Mina was ze beslist!!

 

Huishouden

Schreef ik vorige week nog over mijn tegenzin in het huishouden, betrap ik mezelf er een paar dagen geleden op dat ik zingend de keuken stond schoon te maken.
Nou ja, niet alles uitgebreid gesopt en gedaan.
Maar ik had gebakken en dat geeft nogal wat rommel. Brood en taarten bakken vind ik heerlijk, vooral het stadium van deeg maken.
 
  Hoe uit zo’n hoop meel, kwark, gist, boter en eieren dan een mooi deeg ontstaat, dat klein begint maar rijst tot bijna het dubbele.

En dan de geur als het in de oven staat.
Een heleboel voorpret dus, maar ook veel op te ruimen en schoon te maken. En dat, dát doe ik dan weer wel met plezier. Gek he?
Psychologen zullen er wel een verklaring voor hebben.

 

Huishouden

Huishoudelijk werk….. ik loop er niet warm voor. In de ruim 40 jaar dat ik ons huishouden run, kan ik me telkens weer verbazen waar al het stof, vuil en viezigheid vandaan komen. We zijn schoon op onszelf, ruimen regelmatig op…. Toch ligt er telkens weer een lading (zichtbare) stof op de trap, moet de badkamer een beurt of kan ik toch echt niet om een rondje stofzuigen heen.

Vroeger had ik dan ook nog de indruk dat ik het deed voor de kat z’n viool. Nu helpt Leo veel meer mee en die ziet nu ook wel in dat er nodig weer eens iets moet gebeuren. En ook laat merken dat het er na ons geploeter weer spic en span uitziet.
Is het dan leedvermaak dat ik me verheug om te lezen over andere vrouwen, die duidelijk ook moeite hebben om het huishouden op rolletjes te laten lopen?

Ik lees met plezier de stukjes van Sylvia, Wieke en Aaf die zonder blikken of blozen schrijven over vaat op het aanrecht, onopgemaakte bedden, stapels ongestreken was of zoekgeraakte spullen. En die geen problemen maken als er eens een stofvlok dwarrelt, maar rustig verder lezen of er op uit trekken. Geen voorbeeldige huisvrouwen voor de preciezen onder ons, maar een sloddervos als ik spiegelt zich met plezier aan zo’n gezellig type 😉

Wassen

Huishoudelijke werkzaamheden staan meestal niet zo in de belangstelling. Toch maken ze deel uit van het dagelijks leven. Maar wat bewaard bleef uit de oudheid waren toch meestal grote werken. Niet zoiets onbelangrijks als een wasserij. Ik was dan ook heel verbaasd om deze wasplaats uit de Romeinse tijd te zien, vlakbij ons hotel in Ascoli Piceno.
Er stroomde nog water en duidelijk kon je de wasbekkens herkennen en de wasborden. Een kleinere wasplaats bevond zich zelfs in ons hotel, dat gebouwd was op de restanten van een 13e eeuws klooster.
Het mag duidelijk zijn dat ik mijn was gewoon in de waszak mee naar huis heb genomen om het bij thuiskomst in de machine te stoppen 😉