Warm

Wat is het warm… en droog…. Net zo warm en droog als in 1976. Weet je dat nog? Ik herinner het me nog als de dag van gisteren omdat in dat jaar onze oudste geboren werd. We woonden toen nog op een flat en als kersverse moeder vatte ik mijn taak heel serieus op. Ik stond al vroeg op, om half zeven. Kindje verschonen, flesje geven, even knuffelen. En dat deed ik dan op het balkon, waar het om die tijd nog redelijk koel was.
Ik ben een avondmens, dus dat vroege opstaan eiste al snel zijn tol. Met de baby tegen mij aan sukkelde ik vaak in slaap. Kind vond dat niet erg, en samen sliepen we heerlijk verder. Ach…. zoete herinneringen….

 

 

Lampje

Toen vorige week Leo een glazen lampje aan diggelen liet vallen, kwam onmiddellijk de herinnering aan zijn vakantie in Monschau naar boven.
Hij was nog maar twaalf en met vader en moeder op vakantie. Pa regelde een hotelletje in Monschau. De eigenaar had het niet zo op Hollanders, maar vooruit, deze familie leek wel aardig en beschaafd. Leo kreeg zelfs een eigen eigen kamer. Alles ging goed tot op de laatste dag, toen  hij het nachtkastlampje om stootte. Het viel in stukken op de grond. Hij durfde het niet te vertellen en besloot de scherven uit het raam in de snelstromende rivier te gooien. Het was tenslotte toch de laatste dag en ze zouden hier nooit weerkomen. Dan hoefde hij dat lampje niet te betalen.

Lampje

Bron: Google foto’s

Helaas, ze waren nog maar net op weg toen pa ineens heel nodig naar de wc moest. “Dan ga ik wel even terug naar het hotel…”, besloot hij. En ja, daar wachtte hem de eigenaar, die hem toebeet dat ook dit gezin bestond uit “verdammter Holländer”. Pa kreeg het verhaal over het verdwenen lampje te horen. Waar was dat dan wel? Uit het raam gesmeten! Pa mocht nog wel naar het toilet, gelukkig. En vergoedde natuurlijk de geleden schade. Daarna liep hij briesend naar buiten en las Leo de les. Dat eerlijkheid boven alles ging en dat zijn naam te grabbel was gegooid. Schoonpapa was niet snel kwaad, maar als ie het was, bleef dan maar uit zijn buurt. Hij hield niet op met tieren en die arme Leo voelde zich steeds ellendiger op de achterbank. De sfeer in de auto was en bleef om te snijden, al een lifter bracht gelukkig wel wat afleiding. Nee, Leo zal die vakantie echt nooit meer vergeten. 😉 😉 😉

Brandgrens

Rotterdam, dat zo zwaar gehavend werd door het bombardement van 14 mei 1940, heeft eigenlijk maar weinig tastbare herinneringen aan die vreselijke dag bewaard. Maar een paar kleine dingen herinneren nog aan wat er toen was. Her en der in de stad liggen lampen tussen de tegels, die de brandgrens markeren. Maar die vallen eigenlijk nauwelijks op.
Toch ontdekte ik laatst een bijzonder monument(je). Geen groots beeldhouwwerk, geen obelisk met inscripties… Nee, een vrij kleine steen, met daarin geëtst de brandgrens en een spreuk van Erasmus “Zoet is de oorlog, totdat je hem proeft.”
Ik vind dat wel passen bij de stad. Niet lullen, maar poetsen. Vooruit, we blijven niet steken in de geschiedenis, maar starten met nieuwe plannen. Zo ontstond van lieverlee de stad zoals wij en vele buitenlanders die nu kennen.
Maar zo nu en dan, heel kort, staan we stil bij die beslissende dag. De dag dat Rotterdam haar hart verloor, ten dode leek opgeschreven. Maar als een fenix is herrezen uit haar as.
Wie binnenkort een rondvaart met de Spido gaat maken, moet ook eens even een stukje de Westerkade over lopen en stilstaan bij deze gedenksteen.
brandgrens

Plaatje

roy-rogers.jpgIn de 3e klas van de lagere school spaarde iedereen kauwgumplaatjes met filmsterren. Kauwgom vond mijn moeder maar vies, dus dat kreeg ik niet. Zakgeld had ik niet en dus ook geen kauwgomplaatjes. Maar ik zag ze bij vriendinnetjes natuurlijk wel. Het zei me overigens niet veel, want ook naar de film ging ik niet. Echt heel veel herinneringen heb ik dus niet aan deze jeugdrage. Maar ineens zag ik op Pinterest een foto van Roy Rogers en kwamen de herinneringen terug. Alleen noemden wij hem “Rooie Roggers”. In werkelijkheid heette de man Leonard Franklin Slye en speelde hij in heel veel films, samen met zijn vrouw Dane Evans.

Hotel New York

Dit jaar bestaat Hotel New York in Rotterdam 25 jaar. Al die jaren is het een heel geliefde plek in Rotterdam. Voor een kopje koffie, een high tea, een borrel na de wandeling, een drankje met vrienden of collega’s.
En je kunt er ook slapen. Nou ga je normaal gesproken niet zo snel een nachtje in een hotel in je eigen woonplaats doorbrengen, maar toch hebben wij dat gedaan. Toen we 20 jaar getrouwd waren, dus ook al bijna 25 jaar geleden, hebben Leo en ik daar de nacht doorgebracht. We checkten in met een klein koffertje, dronken er een wijntje en dineerden er. En sliepen we ook op die hotelkamer? Nou, het was een hele zwoele zomeravond en we hebben uren staan kijken op het balkon. Want onze kamer was een voormalige directiekamer, met fantastisch uitzicht. En slapen vonden we eigenlijk zonde van het geld. Maar het leverde wel een mooie herinnering op.
Nadien zijn we er nog vaak geweest. ‘s Zomers is het terras een echte aanrader en ook tijdens de Wereldhavendagen strijken er heel veel mensen neer. En al staat het nu tussen de wolkenkrabbers en lijkt het al lang niet meer zo imposant als toen het alleen stond, het is nog steeds een unieke plek in Rotterdam.

De winter van ’63

Vorige week reageerde Wieneke op een blog en vroeg of ik me de winter van ’63 nog herinnerde. Nou en of, die winter met dikke pakken sneeuw in de straten, gladde stoepen, glibberende mensen en natuurlijk de Elfstedentocht.
Toen zat ik nog op de MULO en moest dagelijks met de tram naar school. Van Spangen naar de Schonebergerweg. En in dat jaar had ik ook nog een aantal weken kookles, in de Huishoudschool op de Graaf Florisstraat. Daar moest ik dan van school naar toe lopen. Tja, ik vind het nu een afstand van niks, maar toen een lange weg. Ik droeg waarschijnlijk een lange broek onder mijn rok. Want alleen een lange broek was niks voor meisjes, vond mijn moeder. In mijn tas zat een pannetje voor mijn kookkunsten. Wat maakte ik? Pepermuntkussentjes…. En dat vond mijn moeder wel lekker, maar helemaal niet praktisch 😉 Maar ik kookte ook soep, aardappelen, rijst en groenten en vanillevla. Nou ja, de basis voor goed huishouden werd in ieder geval gelegd.
De dag vóór de Elfstedentocht trouwde mijn nichtje. In een witte kanten jurk. Veel te koud voor die barre temperaturen, dus werd op de laatste nipper een bontcape voor haar gehuurd. Desondanks zag je haar bibberen op de foto’s.
En op de radio, want TV hadden wij nog niet, hoorde ik het verslag over de tocht der tochten. Over bevroren oren, neuzen, afzien en doorzetten. Dat het zo’n verschrikkelijke tocht was, realiseerde ik me niet. Dat besef kwam veel later.
Leo lag toen in dienst, in Steenwijkerwold. Hij droeg kranten onder zijn kleren, tegen de felle wind. Hij herinnert zich nog de hoge sneeuwduinen, daar in het noorden.
Tja, kom daar nu eens om. Dat kennen we toch niet meer, zulke arctische weersomstandigheden. Dat zijn nu toch echt verhalen uit de oude doos…?

Zo zag Rotterdam er in de sneeuw van 1963 uit
Foto: Jan Sluijter

Bewaren

Er was eens…

volkswagen Een jongeman, die in zijn keurige blauwe blazer met zijn ook al zo keurige Volkswagen Kever naar hartje Rotterdam reed om daar een avond op keurige wijze door te brengen met enkele leeftijdsgenoten. Dat heette toen een soos. Je betaalde een klein bedrag, kon er koffie, thee, fris en zelfs een biertje kopen. En je kon er praten en dansen met vrolijke, aardige en lieve, maar uiterst keurige, meisjes.

Die zelfde avond ging een keurig meisje naar diezelfde soos. Ze voelde zich niet zo op haar gemak, was een beetje verlegen. Ze kwam tenslotte voor de eerste keer op die soos. De ontvangst was vriendelijk. Ze nam koffie en danste met een jongen, die wel aardig, maar ook wel een beetje… nou, ja, die ze enigszins klef vond. Dus sloeg ze een dans over en keek eens op haar horloge. Half negen, de avond zou nog wel duren.
Maar daar stond een jongen in de deuropening. Ze ging eens rechtop zitten. Wow, dat was een leukerd! Die leek niet verlegen, integendeel. Zo te zien een zelfverzekerde jonge man in een mooie blauwe blazer, die nonchalant betaalde en ging zitten. Ze overwon haar verlegenheid en ging snel op de nog vrije stoel naast hem zitten. Ze lachte haar allerliefste lach en hij lachte terug. Ze begonnen een gesprek, over koetjes en kalfjes. Ze dansten wat, praatten over van alles en nog was. En ja, ze lustte ook wel een biertje en hij keek haar bewonderend aan.
Vond ze het goed dat hij haar thuisbracht? Ja, graag. Vagelijk hoorde ze haar moeder “ga nooit zomaar met een vreemde man mee in de auto”, maar die waarschuwing sloeg ze in de wind. Deze jongen kon ze vertrouwen! Voor de deur van haar huis vroeg hij of hij nog eens mocht bellen en ze gaf hem haar telefoonnummer. Bij gebrek aan een notitieblokje schreef ze het op de achterkant van een sausjesrecept.

En de rest is geschiedenis. Want die man was Leo en het meisje was ik. Op 4 december 1971, vandaag dus exact 45 jaar geleden, hebben we elkaar ontmoet. En vandaag vieren we die heugelijke gebeurtenis! Met een gezellig uitje en een lekker hapje en drankje.

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Boekje

bierboekje Wat ligt daar nou op tafel? Een klein ordnertje, niet groter dan een notitiebloekje. Maar al meer dan 30 jaar in gebruik. Leo schrijft daar consequent op wat hij vindt van het bier dat hij regelmatig drinkt. Niet alleen van een pilsje, maar ook -en vooral- van flesjes speciaal bier die hij krijgt of zelf koopt.
Tijdens zijn werkzaam leven was hij naast zijn gewone baan bij de brouwer van Heerlijk Helder ook nog bierproever. En zo is het ontstaan. In vakanties bezochten we regelmatig een brouwerij, dronken we bijzonder bier.

En dan noteerde hij wat hij proefde. Een tijd lang was bier niet zo populair, maar nu is er regelmatig wel wat nieuws op de markt. En dat houdt hij bij. Netjes op alfabet. Een document voor ons en niet alleen met biersmaken. Want bij sommige notities komen natuurlijk ook die vakanties weer terug in onze herinnering.

Bewaren

Badhuis

badhuis Laatst gingen wandelen we in Spangen, de buurt van Rotterdam waar ik opgegroeid ben. Een buurt die ik als kind behoorlijk groot vond, maar nu bepaald gekrompen leek.
We bekeken het Justus van Effen-complex en kwamen langs het badhuis. Een instituut waar we nu niet meer zo veel van horen. Tegenwoordig heeft elk huis tenminste een douche.

Maar vroeger waste je jezelf -wekelijks- in een teil. Ik herinner me nog goed, op zaterdagavond werd de zinken teil in de keuken gezet en gevuld met vele keteltjes heet water. Mijn moeder controleerde de temperatuur en dan mocht ik er in, eerst even spelen. “Maar niet teveel knoeien hoor!” Daarna kwam moeder om me te wassen en af te drogen. Haartjes nat, nog even op… en dan naar bed. En in de winter een kruik mee, net als Gerard Cox, Kooten en de Bie bezongen.
Mijn vader deed dat niet, die ging elke week naar het badhuis. Met onder zijn arm een handdoek met daarin een stuk Sunlight zeep en schoon ondergoed. Geen idee meer hoe lang hij er over deed, maar in mijn herinnering geen uren. Je zult daar ook wel niet voor je plezier gebadderd hebben. Toen mocht geluk dan heel gewoon zijn, geef mij maar mijn dagelijkse douche. Met centrale verwarming en een lekker luchtje.

Bewaren

Bewaren

Vaderdag

Vaderdag, zo’n dag die ook al door de commercie is overgenomen. Al weken van te voren zie je advertenties voor enorme doe-het-zelf apparaten, BBQ’s, lotions en mannengeurtjes. Alsof elke papa regelmatig staat te klussen, te grillen of zich dagelijks insmeert met herencosmetica.  vaderdag

Ik denk met weemoed terug aan de zelfgemaakte cadeautjes die onze zonen maakten. Dingen die er niet zo gelikt uitzagen, maar getuigden van ingespannen knutselen. Zoals die brillenkoker, waar alleen maar een klein schaartje in paste, of het schelpenobject. Leo wil dat voor geen goud kwijt en heeft er heel dierbare herinneringen aan.