Moedig

Ik zag de man in de rolstoel in de supermarkt. In eerste instantie alleen zijn gezicht, tenminste wat daar van over was. Een groot gedeelte was weg… “Huidkanker??” flitste het door me heen. Nee, het leek meer op verbrande huid….  Toen zag ik dat hij geen handen had. Zijn armen, ook al ernstig verbrand, eindigden in stompjes.
Maar hij reed onverstoorbaar verder met zijn boodschappen op schoot. Later, bij de kassa, stond ik in de rij naast hem. Hij had zijn boodschappen al op de band. De cassière vulde een grote tas en er was ook nog een doos. Net voordat ik het wilde vragen, stapte een man naar voren. “Kan ik helpen?” “Ja graag, maar ik moet nog even pinnen” en hij wipte uit zijn rolstoel. Hij bediende het pinapparaat met het stompje duim dat hij nog over had. “Goddank, hij kan tenminste nog lopen”, dacht ik. En toen zag ik zijn twee kunstbenen.
Toen hij weer zat, werd de boodschappentas achter hem gezet. De doos kwam op zijn schoot. “Nou, bedankt” en weg zoefde hij.