Macaber…

In Evorá konden we natuurlijk niet om de “Capela dos ossos” heen. In de kerk van  St. Franciscus is een kapel gemaakt waarvan de wanden en pilaren bestaan uit menselijke botten. Ook staan er vitrines met skeletten van monniken. Het lijkt griezelig, maar ik vond het op een bepaalde manier heel indrukwekkend.
Evora-006Boven de ingang staat een Latijnse spreuk die “Onze beenderen die hier liggen wachten op die van u” betekent. In de tijd dat de kapel gebouwd werd, leek de dood dichterbij, maar nog steeds geldt dat de enige zekerheid in het leven de dood is.
Na het bezoek aan de grote St. Franciscuskerk vonden we een rustig en koel plekje in de nabijheid van de kapel, waar we wat uitrusten. Daarna ging het verder Evora in. Het is niet zo’n groot stadje maar wel heel bezienswaardig, met veel resten uit de Romeinse tijd, smalle straatjes en knusse winkeltjes.

Donor

Donor worden, niet bepaald een onderwerp om eens “gezellig” over te keuvelen. Je denkt niet graag aan ziek zijn, sterven en wat de consequenties zijn. Maar toch… veel mensen kunnen geholpen worden met onderdelen uit jouw lijf. En daarom ben ik al heel veel jaren donor. Dat wat er nog te gebruiken is, mogen ze straks hebben. Hoe de wet dat nou verwoordt, laat me eigenlijk een beetje koud. Jaren geleden heb ik het formulier ingevuld, ondertekend en opgezonden. Sindsdien zit er een kaartje bij mijn rijbewijs. Voor het geval dat…. Ik snap dan ook niet dat er nu opeens zoveel “nee-zeggers” zijn. Omdat de wet nu veranderd is, je donor bent tenzij je duidelijk aangeeft dat niet te willen? Ik zie eerlijk gezegd geen verschil. Want je hebt het al beloofd en daar verandert toch niets aan?

De zomer van ’76

1976 Emie en Marthy schreven er ook al over, over die bloedhete zomer van 1976. Die zomer die voor ons (en wie weet voor welke lezers nog meer) zo’n impact had.
Emie kreeg haar eerste kind, een dochter, bij ons werd ook de eerste geboren, een flinke jongen. Marthy verhuisde naar Stolwijk. Voor haar toen een onbekend en klein dorp, al is ze nu helemaal ingeburgerd en wil ze niet meer weg.
Dat het bloedheet was, die zomer, kan ik me nog goed herinneren.

Van 11 tot 8 kwam je tot niks, veel te warm. Dus zat ik ‘s morgens al om half 7 op het balkon, voedde Jorik en viel soms met hem op schoot weer in slaap.

1976 was sowieso een heel bewogen jaar. Ik kreeg niet alleen een kind, maar verloor ook -volkomen onverwachts- mijn zwager. Hoog zwanger stond ik aan zijn graf, intens hopend dat dat kind nog even zou wachten. Gelukkig werd hij keurig in het ziekenhuis geboren.

Leven en dood, geluk en verdriet, het loopt soms heel erg door elkaar.

Ergernis

Wat heb ik me deze week geërgerd aan de berichtgeving rondom de dood van Margaret Thatcher.
Op het Nederlandse nieuws was vooral aandacht voor de feestjes die gehouden werden omdat ze was overleden.
Margaret Thatcher was een controversieel politica. Niet iedereen was het eens met haar standpunten, maar in een democratie mag dat. Dat er mensen zijn die geen traan zullen laten over haar dood, okay. Maar uitbundig feestvieren en dat ook uitgebreid tonen op de TV, dat hoeft toch helemaal niet.
Nee dan Arte, die ruim plaats maakte voor een documentaire. Die overigens niet alleen de positieve kanten van haar politiek liet zien. Maar haar daarmee wel een mooier en beter eerbetoon gaf dan de Nederlandse Omroep.
 

 

Verouderen

Bij deze foto van Henry Kissinger moest ik ineens aan mijn zwager denken. Hij leek erg op hem.
Maar mijn zwager is op 45-jarige leeftijd plotseling gestorven. Dat is inmiddels meer dan 36 jaar geleden en hij zou nu dus ook al ruim in de 80 zijn. Zou hij er dan ook zo uit zien?

Gek toch, dat mensen die gestorven zijn in je herinnering nooit meer ouder worden. Want ik herinner me hem toch nog altijd zo als hij vlak voor zijn dood was.
Ik weet dat je met de computer portretten kunt verouderen, maar wat heb ik daaraan? Ik hou me maar bij de herinnering aan hem.