Wandelen

Het was al aan het einde van de wandeling. Ik sloeg rechtsaf, waar de anderen terug naar het beginpunt liepen. Maar zo was ik net wat eerder thuis en dit pad is zo mooi. Dat loop ik liever dan terug door de wijk, tussen de flats.

Het weer was grauw en grijs en dus waren er niet veel andere wandelaars. Maar vogels des te meer. Een geluksmomentje om tussen het hoge gras een prachtige patrijshaan te zien scharrelen. En was dat witte daar in de verte nou een gans, een zwaan of een lepelaar? Ik moest er een beetje voor turen en voor een foto stonden ze net te ver. In de bomen vlogen mussen, mezen en lijsters af en aan. Die waren te snel om vast te leggen.

Bij het hek maakte ik wat foto’s. Niks spectaculair, maar daarom misschien wel zo mooi. Heel even werd de stilte doorbroken door een vliegtuig dat ging landen. Maar voor de rest was de wereld van mij alleen…..

Gezellig hoekje…

Zo nu en dan wandelen de Ganzen niet zo ver, maar blijven we in de buurt omdat het weer een beetje tegenzit. Dan is het vaste prik om bij een grote supermarkt koffie te drinken in hun koffiehoek.

Vorige week zagen we daar ineens een leuke speelkeuken staan. Alles van hout, compleet met pannen, pizza, fruit, groente en eieren. Er huppelde een jongetje naar binnen. Hij vond dat zijn jas aan een wasbeurt toe was en stopte hem meteen in de wasmachine.

En omdat zoiets wel even tijd vraagt, maakte hij ook maar even hardgekookte eieren, hamburgers en pizza klaar. Vrijgevig deelde hij uit. Eén van de wandelvriendinnen merkte op dat zij liever geen hamburger wilde. Waarop hij meteen meldde dat het een “vega”burger was. Die kon ze dus gewoon eten. We kregen allemaal wat van hem te smikkelen.

Toen zijn moeder klaar was met bood-schappen doen, kostte het nog moeite om hem mee te krijgen. Hij moest nog opruimen, die jas moest nog drogen, en de afwas… Oh ja, stond alles uit, want er mocht geen brand komen.

Wat zal zijn vriendin later blij zijn met zo’n zorgzame en geëmancipeerde man… 😉

Kwestie van smaak…

Dit schilderij had ik niet zo gauw toegeschreven aan Claude Monet. Aan wie dan wel, geen idee! Maar dit is niet de stijl en de voorstellingen die me bij zijn naam voor de geest komen.

Bij Claude Monet denk ik in eerste instantie aan zijn schilderijen van bloemen, planten, waterlelies. Zie ik zachte kleuren, enorme doeken en proef ik de sfeer van Musée Marmottan in Parijs. Maar nu hangen er een aantal schitterende werken in het Kunstmuseum (de naam Gemeentemuseum is in de ban gedaan) in Den Haag.

Zoals te verwachten was, was het druk. Maar gelukkig niet zo druk dat je niet de tentoonstelling uit het oog verloor. Je kunt een app downloaden op je telefoon en met een beetje gehannes lukte het ons. Zodoende kregen we bij een aantal schilderijen uitleg. Maar ook zonder die uitleg zijn ze vrijwel allemaal prachtig. Dat Monet de laatste dertig jaar van zijn leven vrijwel niets anders schilderde dan de kleuren van zijn tuin in Giverny wist ik vagelijk. Maar dat schilderijen tot begin jaren vijftig een beetje verwaarloosd waren achter gebleven in zijn atelier en er nauwelijks belangstelling voor was, was nieuw voor mij.

Ach ja, ook in kunst is er altijd een bepaald soort mode en raakt het een en ander uit de gratie. Dat wat nu opgehemeld wordt, kan over een tijdje zo maar totaal verguisd worden. Gelukkig werden deze schilderijen herontdekt en door musea aangekocht en tentoongesteld. Het Kunstmuseum heeft met bruiklenen van over de hele wereld een schitterende tentoonstelling gemaakt.

Eeuwigheid…?

Wat is tijd…? Geld? Misschien, voor een bank wellicht wel zeker. Maar de bouwers van dit gebouw hebben beslist gedacht dat zij bouwden voor de eeuwigheid en dat gedurende die tijd de bank er altijd gevestigd zou zijn. Want anders metsel je de naam niet in de gevel.

Maar ach, de bank is inmiddels opgegaan in een groter geheel. Het kantoor was niet meer nodig, dus werd het pand verkocht. En de nieuwe eigenaar? Die heeft het maar zo gelaten. De nieuwe zaak heeft heel andere klanten en een heel andere manier van reclame maken. Wie let er nou nog op…?

Theeleuten…

Dat Engelsen echte theedrinkers zijn, dat is natuurlijk bekend. In een supermarkt vond je dan ook enorme uitstallingen van allerlei soorten thee. Maar eigenlijk niet eens zo veel speciale smaakjes, zoals bij ons. Wel een hele sortering “breakfast tea”.

Het is voordeliger je thee in bulk te kopen, dus staan er ook enorme zakken met theezakjes. Die moeten dagelijks met miljoenen gebruikt worden. Je kunt wel een weekje of wat vooruit met deze verpakking waarin 480 zakjes zitten. Want je hoeft het natuurlijk niet alleen bij het ontbijt te drinken. Het kan de hele dag door….!

En wat je er ook mee kan? Dat las ik deze week in een stukje over koningin Elisabeth. Zij had de doopjurken van haar kleinkinderen laten kleuren met, juist!, deze Yorkshire tea. Zij drinkt dus deze thee niet alleen bij haar koninklijk ontbijt.

Alle dieren, groot en klein…

Eén van de redenen dat we naar Yorkshire gingen, was dat we zo graag eens wilden zien waar de TV-serie “All creatures great and small” speelde.

De serie wordt momenteel heruitgezonden op TV-kanaal ONS en nog altijd kijken wij daar met veel plezier naar.

En nog steeds is het platteland van Yorkshire onbedorven, stil, weids en van ongewone schoonheid. We reden er vele kilometers zonder een huis te vinden.
Maar schapen des te meer. Ze hebben er de ruimte op de sappige groene weiden.

James Herriot (pseudoniem voor James Alfred Wight) woonde in Thirsk en daar is een museum over de schrijver en zijn werk ingericht. Het plaatsje is inmiddels wat groter gegroeid, mede dankzij het museum en de vele bezoekers die er van heinde en verre komen.

We hadden een heerlijke dag. Eerst de rit er naar toe, door een vriendelijk, rustig en groen Yorkshire. Dan koffie met scones, clotted cream en jam. En een bezoek aan het museum, waar we alle facetten van de serie weer terug zagen.

Wandelen

Ik vind dat er een groot verschil is in wandelen in Engeland of in Nederland.

In Nederland is het vooral nogal geregeld en gestructureerd. Nette bospaden (nou netjes, vaak vol met afval, helaas!), uitgezette wandelingen en binnen de paden blijven.

In Groot Brittannië lijkt het veel vrijer. Om de haverklap staan er wegwijzers met “Public foothpath” erop en loopt de wandeling dwars door een weiland. Engelsen gaan ook wandelen ongeacht het weer. Bleven wij nog even in de auto schuilen, zagen we al stoere mannen en vrouwen, goed in gepakt, met hoedje of zuidwester, op pad gaan. Ja, heb je nog een heleboel mijlen voor de boeg, dan laat je je niet de weg versperren door wat hemelwater.

Wij kozen voor de wat gemakkelijker routes, liepen ook geen tientallen mijlen of kilometers. Maar daarom was het plezier niet minder.

Zo liepen we in Skipton door het bos bij het kasteel. Een wandeling met pittig stijgende en dalende paden, maar gelukkig niet al te glibberig. Met woest stromend water, uitbundig zingende vogels en mooie bomen en uitzichten. En alhoewel ik dan huizenhoog opzie tegen zo’n klim, eenmaal boven ben ik maar wat blij dat ik het gedaan heb én dat zelfs zonder al te veel gehijg en gesteun kon volbrengen.

Herfst…

Hoewel de temperatuur afgelopen donderdag aan voorjaar deed denken, is het nu toch echt helemaal herfst. Overal op de weg liggen bladeren, in de wijktuin kun je tamme kastanjes verzamelen. Notenbomen laten hun vruchten vallen en hoewel de herfstasters nog wel bloeien, begin het verval zich af te tekenen.

Is dat erg? Nee, ik vind van niet. Ik hou wel van dit seizoen. Al mag voor mij de zon zich wel wat minder aarzelend opstellen. Maar goed, dat is niet aan ons om te regelen.

Wat ik ik ook zo fijn vind, is dat het buiten zo heerlijk kan geuren. Naar mos, paddenstoelen, vochtige aarde. Ik hou van die geuren. Dus ook deze tijd zo nu en dan maar een flink stuk lopen. Goed voor mijn humeur en goed voor mijn lijf.

Skipton

De laatste vakantiedagen brachten we door in Skipton. We reden er naar toe in de stromende regen. Natuurlijk gebruikten we de navigatie, maar die had duidelijk moeite met het adres van The Woolly Sheep Inn.

“De bestemming ligt aan een niet toegankelijke weg” meldde Katelijntje van de navigatie regelmatig. We belandden op een parkeerterrein, maar geen hotel te ontdekken. Dan maar weer het drukke verkeer in. Leo is dan geconcentreerd bezig met letten op voetgangers, tegenligggers en vooral links blijven rijden en heeft dus geen oog voor andere zaken. Ik zocht en tuurde, maar geen hotel. Nadat we al drie keer dezelfde rotonde hadden rondgereden, vonden we een plekje in de Hoogstraat en ik ging op zoek naar een winkel waar ze me wellicht verder konden helpen.

En ja hoor, de eerste zaak was raak. De eigenaresse kende het hotel wel vagelijk, maar een klant wees me duidelijk de goeie weg. Maar of we daar konden parkeren….?

Bij de receptie hoorden we dat er een parkeerterrein was, maar dat was wel een beetje verscholen. Natuurlijk reden we er na alle uitleg meteen naar toe, openden de slagboom met een speciale munt en hè hè, we waren er.

Na zo’n vermoeiende rit was Leo wel toe aan een biertje en ik ook. Koffers stonden inmiddels op de kamer, de jassen hingen en wij doken de pub in. Je bent uiteindelijk niet voor niks in Great Britain. “Yes sir”, we gladly would like a nice pint of that beer. Cheerio!”

Illam

Veel van de mooie grote huizen in Groot Brittannië zijn in handen van de National Trust, zoals Illam Park. Het was een beetje zoeken en ook hier waren de parkeerplaatsen enigszins verstopt. Maar we konden gelukkig nog net een laatste plekje vinden.

We liepen vanaf het dorpsplein in Dovedale naar het grote huis, dat al van veraf zichtbaar is. Je kunt je nauwelijks voorstellen dat in vroeger tijden mensen besloten hier een landhuis te bouwen. Hoe hebben ze hier kunnen leven, wie zorgde voor zo’n huis en de landerijen?

Op het grasveld stonden ligstoelen, waar sommige bezoekers het zich gemakkelijk hadden gemaakt. Wij kozen voor een stuk wandelen en op sommige stukken ging het beslist wat glibberig naar beneden. Gelukkig was er een alternatief pad. Aan gebroken benen zouden we tenslotte niks hebben.

En net toen we bij de auto terug waren, vielen de eerste regendruppels uit de lucht.