Afgedankt

schrijfmachine.jpgOp één van mijn wandelingen zag ik deze schrijfmachine staan bij een kringloopwinkeltje. Er zat zelfs nog een stuk papier in, waar wat nonchalant op getypt was.
Kinderen van nu weten niet meer wat dit voor een ouderwets ding is. Want we hebben tegenwoordig bijna altijd een computer, of een laptop, tablet of smartfoon. Typen doen die jonge dingen met het grootste gemak, met twee vingers of ze appen met hun duimen. Zelf leerde ik nog keurig het tien vinger-systeem. Ik leerde nog wel meer, waar nu met een vragende blik op wordt gereageerd. Want wie schrijft er nog een briefkaart, wie ondertekent nog “met de meeste hoogachting” of zoekt de juiste titulatuur van de geadresseerde op. Aan “de Weledelgestrenge Heer ….. of was het Hoogwelgeboren…. ? We mailen nu dagelijks, of sturen een what’sapp. Op kantoor zijn al lang geen zalen met typistes meer, die driftig tikkend de correspondentie uitwerkten. Stenografie lijkt ook iets uit een ver vervlogen tijd.
Ik heb geen heimwee naar deze antieke schrijfmachine, met zijn toetsen waar je vingers tussen bleven haken en je zorgvuldig gelakte nagels op afbraken. Ik verlang niet meer terug naar het lint dat verwisseld moest worden, altijd net op het moment dat het niet uitkwam. Nee, laten we dit apparaat maar in een museum plaatsen. Zijn tijd is geweest en wat de komende decennia zal brengen, dat merken we vanzelf wel…

Terug in de tijd…

Toen ik klein was, werden de kolen voor onze kolenkachel gebracht door oom Thomas. Dat was een vriend van mijn vader, met een waterstokerij in het Zwaanshals, in het Oude Noorden van Rotterdam. Een kleine winkel, waar het rook naar een mengeling van rookvlees, suiker, petroleum en kaas. Met een uitgesleten granieten vloer en een donkere ruimte. Daar stond de voorraad, de warmwaterketel en lagen de kolen. Althans, dat is hoe ik het me herinner. Door de winkel liep je een trap op en kwam je in een gezellige huiskamer, waar achter een keukentje was, met een grappig kolenfornuis. Er was ook een opkamertje, met ruitjes van waar je zo de winkel in kon kijken. Het huis had oowaterstokerijk nog een bedstee, waarin de dochter sliep.
Lang heeft de winkel leeg gestaan, maar sinds enige tijd is het Zwaanshals booming. De winkels worden verbouwd en er komen hippe zaakjes in. Toen ik afgelopen donderdag door de buurt wandelde met de Ganzen, zag ik meteen dat het oude waterstokerijtje nu een leuke slijterij annex restaurant is geworden. Het opkamertje is verdwenen en van het donkere keldertje is een mooie ruimte gemaakt. Misschien gaan we er wel een keer eten….

Kinderstoel

kinderstoelMoe van het zoeken streek ik even neer aan de leestafel bij de koffiehoek in Boekhandel Donner. Met een kopje thee bladerde ik alvast mijn nieuwe boekje door. Je zit daar heel gezellig, met het geroezemoes van alle klanten om je heen en toch lekker rustig, een beetje verscholen in een hoekje. Toen ik mijn stoel wilde bijschuiven, viel mijn oog hier op. Wat een leuk en lekker nostalgisch exemplaar. Niks modern, maar een ouderwetse  kinderstoel. Die duidelijk nog vaak dienst doet.
Ik keek nog eens naar het andere meubilair en wist het meteen. De inkoper bij Donner kijkt natuurlijk ook vaak naar Drew Pritchard. Niks nieuwe en zielloze kunststof meubelen uit een digitale catalogus, maar gewoon lekker kringloopwinkels afstruinen en voor een prikkie op de kop tikken. Weggooien is zonde. Super hip toch, die vintage? En ook nog beter voor het milieu, dus lekker groen bezig…! 😉

Ouwetjes

OuwetjesIn deze tijd van het jaar gaat Leo naar de zolder en zoekt de grote platenkoffer met kerstplaten op. Want “spotify” is leuk en levert heel wat -onbekende- kerstmuziek op, er gaat volgens ons niks boven die goeie ouwe langspeelplaten. Aan alle platen zit wel een herinnering, sommige zijn wel meer dan 40 jaar oud, zoals deze hier overgehouden uit de collectie van mijn zus. Maar die ouwetjes doen het prima, mede door Leo’s goeie zorg. Hij pakt de platen nog altijd zeer voorzichtig aan, legt ze op de grammofoon en zorgt voor een schone naald. Soms is er hier en daar een klein tikje te horen, maar dat geeft juist zo’n lekker nostalgisch sfeertje.
En dan gaan ‘s avonds de kaarsjes aan, komt er iets lekkers bij de koffie. Ja, ook bij ons is het al een beetje kerst….

Muzikaal begin van de week

Net als vorig jaar begin ik elke week weer met muziek. Het kan van alles wat zijn, in elke taal, soms ontroerend, soms carnavalesk. Maar het brengt in ieder geval mij altijd in een goed humeur.

En wie wordt er nu niet vrolijk van dit liedje?

Muzikaal begin van de week

Net als vorig jaar begin ik elke week weer met muziek. Het kan van alles wat zijn, in elke taal, soms ontroerend, soms carnavalesk. Maar het brengt in ieder geval mij altijd in een goed humeur.

Deze week een filmpje over oud Londen, met muziek van de Comedian Harmonists. Ja, ik weet het, uit de oude doos en van ver voor mijn geboorte. Maar ik vind ze zo heerlijk om te horen.

Aan boord…!

Al maanden geleden had Leo geregeld dat wij onze trouwdag aan boord van het
ss Rotterdam zouden doorbrengen. Het schip ligt al jaren niet meer voor de Holland Amerika Lijn, maar ligt aan de kade bij Katendrecht en heeft na een wat stroeve start inmiddels de status van Rotterdams icoon. Het fungeert als hotel en restaurant en is een grote publiekstrekker.
Daar kwamen we dan met onze koffer, checkten in en kregen en mooie ruime hut die was voorzien van alle gemakken.
Daarna kregen we een audio-rondleiding over het schip, waarbij we mochten rondkijken op de brug, in de kaartenkamer en de diverse verblijven van de bemanning mochten zien. In de kamer van de radio-telegrafist kon Leo testen of een landmacht telegrafist ook op zee zijn Morse-kennis kan gebruiken.  Wat gelukkig wel zo was!
Daarna was het tijd om in de Captain’s Lounge een borreltje voor het diner te nemen, waarna we in het Lido restaurant dineerden. Na een afzakkertje in de bar was het tijd om de kooi op te zoeken. Geen hangmat voor ons, maar een kingsize bed, dat heerlijk sliep. En zo kwamen we de volgende morgen verkwikt aan het uitgebreide ontbijt.
En ja, aan alles komt een eind en dus liepen we na het uitchecken de loopplank weer af om naar ons eigen huis terug te keren.

Handschoenen

handschoenenToen ik laatst in Utrecht deze reclame zag, wist ik meteen dat dit verhaal vandaag op mijn blog zou komen. Er worden tegenwoordig misschien nog maar weinig handschoenen verkocht, maar vroeger waren handschoenen een onmisbaar mode-item. Mijn schoonmoeder meende zelfs dat een bruid beslist niet zonder handschoenen naar het stadhuis mocht (!) gaan.
trouwdagDus vandaag precies 45 jaar geleden, togen Leo en ik naar het stadhuis van Rotterdam op de Coolsingel. Leo in zijn donkere pak, stropdas en met een overhemd in bijna zelfde kleur geel als mijn mantelpakje. Ik met donkerblauwe schoenen, tas en natuurlijk die “glacé” handschoenen. Gekocht bij Laimböck, op de Lijnbaan, waar toen nog mooie en exclusieve winkels zaten.
Maar ja, in 45 jaar verandert er veel. Wij zijn inmiddels niet meer zo jong als toen. Onze haren zijn verkleurd of zelfs een beetje verdwenen. Leo draagt nog maar zelden een  pak en ik pas allang niet meer in die rok en loop ook nooit meer op die schoenen. Er is een heleboel gebeurd om met plezier of weemoed aan terug te denken… De tijd vergaat, daar is niks aan te doen.
Maar vandaag geen sombere gedachten. 45 Jaar samen is toch reden om een feestje te vieren?

Lange hete zomer

Longhotsummer-001De titel van dit blog verwijst niet naar deze lange, hete en vooral droge zomer. Maar gaat terug naar ongeveer 1965, mijn pubertijd. De tijd van mondjesmaat zwart/wit TV kijken, samen met mijn moeder.
Donderdagavond ging mijn vader altijd kaarten. Mijn moeder en ik zetten dan koffie, namen er iets lekkers bij en keken naar “The long hot summer”. Longhotsummer-002
Allebei waren we weg van de hoofdrol-speler Roy Thinnes, die de rol van Ben Quick vertolkte. Het was een serie gebaseerd op een verhaal van William Faulkner. We vonden het spannend, met veel amoureuze verwikkelingen, stoere mannen en mooie vrouwen. Maar doe het precies ging, weet ik niet meer.
Ik geloof nog wel eens een boek van Faulkner geprobeerd te hebben. Maar dat was me toch te moeilijk toen. Misschien dat ik er nu wel meer van zal begrijpen en zal waarderen.

Kauwgomballen

kauwgomballenWie herinnert zich de kauwgomballen-automaten nog? Bij mij in de straat hing er een aan de muur van onze groenteboer. En zo nu en dan wist ik een stuiver achterover te drukken en kon ik een kauwgombal scoren. En een bedeltje, met een beetje geluk. Maar meestal was het alleen die bal.
Leo zegt dat hij aan die kauwgomballen zijn slecht gebit te danken heeft. Niet dat hij over zoveel stuivers beschikte, maar zijn vader verhuurde die automaten. En dus waren er altijd kauwgomballen in huis. En Leo wist daar handig gebruik van te maken. Toen hij wat ouder werd mocht hij die automaten wel eens bijvullen. En speelde hij de “big spender” door wat bedeltjes te laten vallen. Succes verzekerd.
Toen na de dood van mijn schoonouders het huis werd leeggehaald, vonden we op zolder nog een hele voorraad bedeltjes en klein speelgoed. Een deel kwam terecht bij onze kinderen. Het grootste deel hebben we verkocht op een rommelmarkt.
En nou verdwijnen die automaten zo langzamerhand uit het straatbeeld. Niet meer winstgevend en och, er is nu zoveel te koop. Die ballen zijn niet meer zo interessant. Maar bij ons hangt er nog een heel klein automaatje op het prikbord in de keuken, net als bij schoonzus. Geen echte automaat, maar een mini, als magneet. En als herinnering aan vroeger tijd.