Plaatje

roy-rogers.jpgIn de 3e klas van de lagere school spaarde iedereen kauwgumplaatjes met filmsterren. Kauwgom vond mijn moeder maar vies, dus dat kreeg ik niet. Zakgeld had ik niet en dus ook geen kauwgomplaatjes. Maar ik zag ze bij vriendinnetjes natuurlijk wel. Het zei me overigens niet veel, want ook naar de film ging ik niet. Echt heel veel herinneringen heb ik dus niet aan deze jeugdrage. Maar ineens zag ik op Pinterest een foto van Roy Rogers en kwamen de herinneringen terug. Alleen noemden wij hem “Rooie Roggers”. In werkelijkheid heette de man Leonard Franklin Slye en speelde hij in heel veel films, samen met zijn vrouw Dane Evans.

Nylonkousen

Vorige week kocht ik vier maal twee paar pantalonkousjes. Nou ja, geen opzienbarende aankoop. Maar ik vouwde de kousjes op en daar lagen ze dus, op de bank. Acht paar kousjes, voor nog geen vier euro. Zo goedkoop, dat je er niet over piekert om ze te laten repareren. Dan ben ja alleen al aan die reparatie meer kwijt.
Dat was vroeger anders. De kousen die mijn zus destijds kocht, waren duur. Ragfijne kousen, met naad, die heel voorzichtig werden aangetrokken. En ook regelmatig ‘s avonds gewassen werden en dan op een handdoek over de deur te drogen gehangen. Een ladder er in was rampzalig en werd met een klodder nagellak tegengehouden. Dan kon de kous later worden gerepareerd.
Ik herinner me een klein en donker winkeltje in de buurt bij ons thuis. Het rook er altijd een beetje muffig, naar zweetvoeten denk ik. Het was een beetje ook rommelig, overal lagen de kousen, er stond een aftandse kassa. Onder een ongezellige felle lamp zaten twee zussen (?) dag in dag uit kousen te repareren. Ze hadden daar een machientje voor, trokken de kous over een soort buis en dan ging het van prrrrrft, prrrrffft. Razendsnel en met een beetje geluk had je dan weer een paar kousen die nog wel even mee konden.
Zuinigheid met vlijt, duurzaam en ook wel milieubewust. Ach ja, verleden tijd.

Monnickendam

Zelf geen foto meer voorhanden, dus een foto van Google van het net geplukt 😉

Toen Leo nog Leootje was, logeerde hij soms bij zijn oom Paul en tante Ali in Monnickendam. Als stads ventje vond hij het er heerlijk, met veel vrijheid, ruimte. Met tijd om te klooien, te vissen, te spelen met zijn even oude nichtje Betty en haar buurmeisje Neelie.
Hij vertelde er vaak over, want het waren heerlijke herinneringen. De WC buiten, de deur met het hartje erin. Slapen op zolder, de grote steile trap op, stiekem luisteren wat er beneden besproken werd, de grote pispot die hij een keer uit zijn handen liet vallen…
En ook als we tante Ali zagen, werden die herinneringen weer opgehaald, aangevuld door schoonmama, schoonpapa en tante zelf. Dan kwamen natuurlijk ook andere medebewoners aan bod. De ouders van Neelie aan de ene kant, de buren aan de andere, met een eigen palingrokerij. Daar waren er meer van in het dorp en dat kon je soms goed ruiken.
En ook de melkboer verderop in de Kerkstraat. Die man die zoveel kinderen had. Tante vertelde dat ze altijd meteen wist wanneer het weer “zo ver” was. Dan droeg de melkvrouw een speciale rok, weet je nog?  Ja,ja, schoonmama herinnerde zich dat ook en samen moesten ze daar dan weer om lachen. Elk jaar raak. Hoeveel kinderen zou die wel gehad hebben?  Dat konden ze zich niet precies herinneren.
Tante, oom en schoonouders zijn al lang overleden, dus de herinneringen vervaagden. Tot afgelopen zaterdag. Want Jeanne van Sjannes Blog schreef over een indrukwekkende begrafenisdienst in Monnickendam. Dat zou toch niet die oude melkboer zijn geweest?
Ik reageerde en vertelde over Leo’s herinneringen. En geloof het of niet, maar het was inderdaad de oude melkboer Tessel die begraven werd. Een heel bijzonder toeval. Jeanne ken ik al lang, maar ontmoette ik pas persoonlijk op de Bloggersbijeenkomst en nu komen we elkaar meteen weer op het wereld-wijde-web tegen.

Al speurend op het www ontdekten Leo en ik ook nog deze site. Voor wie misschien ook herinneringen aan Monnickendam heeft.

Koud

We konden er op wachten. De temperatuur zakt en “Het koude-noodplan” treedt in werking. Oh, zucht, wat een onzin.

Winter-1963

Bron: Google

Ik ga even terug in mijn herinnering, naar 1963. De dag voor die beruchte en barre Elfstedentocht. Ik moest gewoon naar school en op mijn vrije middag samen met vriendinnen lopen naar de kookles. (Ja, dat zat er al vroeg in). Het was al weken koud. Maar vond ik dat erg? Welnee, het was heerlijk. Sneeuw, ijs, hopen op ijsvrij als de temperatuur nog een beetje zou zakken.
Mijn vader was uitgevroren, want veel schilderwerk was er niet met die kou. Dus ging hij helpen om de bakkerskar over de brug of de hol bij de Mathenesserdijk op te duwen en zo een centje bij te verdienen.

Winter-1963-(2)

Bron: Google

Hadden wij warme winterkleren? Ik kan het me niet herinneren. Ik schat dat ik één lange broek had, één paar stevige schoenen. Geen laarzen, geen thermo-ondergoed. In mijn slaapkamertje stonden de ijsbloemen op de ramen. Ik kreeg een kruik mee naar bed, er werd een extra gewatteerde en dus loodzware deken op mijn voeten gelegd. Bij uitzondering mocht ik me in de kamer aan- en uitkleden. Maar wassen ging gewoon met koud water, want er was niks anders.
Maar nu stromen de media -al voor er één sneeuwvlok is gevallen, voor de thermometer ook maar een graadje gezakt is- vol met berichten over hoe koud het wordt en wat je er tegen moet doen. Al meer dan een week hoor ik dat het min 17 gaat worden, maar hier is de temperatuur nog maar net onder 0. Buiten schijnt dagelijks de zon, het is stralend weer, maar Nederland bereid zich voor op een kouderamp. Och, wat een watjes toch!

Hotel New York

Dit jaar bestaat Hotel New York in Rotterdam 25 jaar. Al die jaren is het een heel geliefde plek in Rotterdam. Voor een kopje koffie, een high tea, een borrel na de wandeling, een drankje met vrienden of collega’s.
En je kunt er ook slapen. Nou ga je normaal gesproken niet zo snel een nachtje in een hotel in je eigen woonplaats doorbrengen, maar toch hebben wij dat gedaan. Toen we 20 jaar getrouwd waren, dus ook al bijna 25 jaar geleden, hebben Leo en ik daar de nacht doorgebracht. We checkten in met een klein koffertje, dronken er een wijntje en dineerden er. En sliepen we ook op die hotelkamer? Nou, het was een hele zwoele zomeravond en we hebben uren staan kijken op het balkon. Want onze kamer was een voormalige directiekamer, met fantastisch uitzicht. En slapen vonden we eigenlijk zonde van het geld. Maar het leverde wel een mooie herinnering op.
Nadien zijn we er nog vaak geweest. ‘s Zomers is het terras een echte aanrader en ook tijdens de Wereldhavendagen strijken er heel veel mensen neer. En al staat het nu tussen de wolkenkrabbers en lijkt het al lang niet meer zo imposant als toen het alleen stond, het is nog steeds een unieke plek in Rotterdam.

Herinnering

Bron: Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad

Een tijdje geleden las ik een artikel over de lagere school. Zo heette dat toen ik nog een strik in mijn haar had. De klassen waren groot, maar stil. Tenminste als de juf er was 😉
We zaten allemaal in houten banken, met een kastje erin en een inktpot boven op. Met gootjes voor je pennen en potloden.
In de pauze dronken we schoolmelk. Brr, lauwe melk, wat vond ik dat vies. We schreven met een kroontjespen, later met een pen speciaal voor blokschrift. Balpennen waren niet toegestaan. We hadden een zwart bord, met krijt. En groene schriften met een etiket voor je naam. Daarin mocht je alleen schrijven, tekenen was ten strengste verboden. We leerden hoofdrekenen en tafels opzeggen. En rijtjes stampen: de veenkoloniën en de eilanden van Indonesië. Bij onze school was een speelplaats met louter tegels en voor zover ik me herinner heel weinig zon. Geen speeltoestel te bekennen.
Het artikel was een recensie van het boek “De lagere school” van Wim Daniels, waarin ook hij herinneringen ophaalt en verhalen van anderen vertelt over de schooltijd. Ik ga dat boek eens lezen. Misschien herken ik nog wel meer. Of zou alles vervaagd zijn. Het is tenslotte al een hele tijd geleden.

Mariabeeldje

Dit beeldje hing in het vakantiehuis in Limburg. Niet verwonderlijk, want ik denk dat bijna iedereen daar katholiek is. Waarschijnlijk minder streng dan vroeger, maar toch… zo’n wijwaterbakje mag niet ontbreken. Zelf ben ik niet katholiek, sowieso niet religieus. Maar ik herinner me wel dat in de huizen van vriendinnetjes zoiets vaak te vinden was. Eén vriendinnetje doopte als ze de kamer binnenging telkens haar vinger in het water en sloeg dan een kruis. Ik vond het toen, als 7-jarige, een vreemd ritueel. Maar waarom ze het deed, durfde ik niet te vragen.
Dit beeldje vind ik eigenlijk wel erg lief. Het lijkt me tamelijk modern en het kindje Jezus ziet er bijna uit als een kleuter uit een reclamefoto. Schattig toch?

Bewaren

Verdwenen…

bron: Google afbeeldingen

Ik kan me herinneren dat zo ergens in mei mijn moeder de aardappelen niet meer lekker vond. Dat waren ze ook niet meer, ze liepen een beetje uit, waren gebutst en de smaak was…. nou ja… Nee, het smaakte niet meer. Verlangend zei mijn moeder dan: “Nog even, dan komen er weer nieuwe aardappeltjes.” En ja, als die bij de groenteman lagen, was het een klein beetje feest. Mijn moeder kookte een grote pan. Veel meer dan we normaal aten. Daarnaast zette ze een schaaltje met roomboter en telkens namen we dan zo’n aardappeltje, haalden dat door de boter en aten het op. ik. Die aardappeltjes werden vaak ook gebakken. Dat was helemaal een traktatie. Kom daar nu eens om. Het hele jaar kunnen we verse aardappels kopen, in soorten en maten, met en zonder schil en al dan niet voorgekookt. Maar die smaak van die nieuwe aardappeltjes, mmm…..
Er zijn trouwens nog wel meer van dat soort gelegenheden. De eerste groene haring, de eerste mosselen en als er weer volop aardbeien waren of kersen. We kunnen het nu elke dag kopen en doen dat ook. De hoge prijs is vaak van ondergeschikt belang. Maar nogmaals, zo lekker als toen, nee….. Gek toch, hoe zou dat nou komen?

Taal

Rotterdam heeft een eigen taal, nou ja…. Sommige dingen zeggen we wat anders dan elders in Nederland. Ik denk dat elke stad of streek wel wat “eigen” woorden heeft.
Maar in de haven zijn er van die vaste uitdrukkingen, zeker in vroeger tijd. Nu is het misschien wat anders, maar toen, toen balen nog op de rug genomen werden, de hijskranen stukgoed uit ruimen tilde, toen alles nog niet zo snel… Nou ja, toen, je weet wel… toen…

Boek

Alleen de titel al trok me aan. En toen ik las waar het boek over zou gaan, was ik meteen om. Niet voor niks, want het leest als een trein.
Amanda heeft een winkeltje in vintagekleding in New York en krijgt een hele stapel oude kleding ter verkoop aangeboden. De oude vrouw die de kleding aanbiedt is niet erg spraakzaam en die japonnen zijn wel mooi, maar passen ze nou in haar winkeltje? Dan, als ze de kleding uitzoekt, ontdekt ze een dagboek. Dat moet ze wel lezen en dan beginnen geschiedenis en moderne tijd een beetje door elkaar te lopen. Niks in het leven is toevallig en beslissingen moeten op een bepaald moment genomen worden.
Je switcht van heden naar verleden en het oude New York herleeft. En eindelijk neemt ook Amanda een besluit. Heerlijk boek om bij weg te dromen…