Ergernis

De foto hiernaast is niet erg goed en misschien zie je niet meteen wat het is. Dit is een verpakking met tandflossers. Van die dingen waarmee je een draadje tussen je tanden kunt wringen. Zo nu en dan een onontbeerlijk gebruiks-artikel, waar ik verder niet over uit zal weiden.

Maar wat ergerde me dan zo hieraan? De verpakking zelf. Een stukje plastic met een kartonnetje er aan vastgeplakt. Wil je die verpakking open maken, zit je met het volgende probleem. De inhoud valt er vrijwel meteen uit en je kunt het niet meer dicht maken. Waarom niet gewoon een doosje, van karton of van plastic voor mijn part. Maar iets dat met gemak open dicht kan, zodat de inhoud niet overal rond gestrooid wordt. Want waar doe ik die resterende flossers nou weer in?

Autistisch…?

Kleur bij kleur, netjes op een rij

Zo nu en dan doe ik dingen, waarvan ik zelf niet weet waarom ik ze zo doe. Ik vind mezelf helemaal niet georganiseerd of super netjes. Ben soms een beetje chaotisch en het huishouden behoort niet tot mijn favorieten.
Maar toch…. Laatst hing ik de was op. Nou ja, de paar dingen die ik niet in de droger doe en dus op zolder op een rekje te drogen moeten worden gehangen. En ineens ontdekte ik een autistisch trekje bij mezelf. Want die paar lappen moeten wel allemaal even recht hangen, met dezelfde kleur knijpers aan de lijn komen. Niks slordig ophangen. Heel precies en netjes moet dat. Van wie? Van niemand anders dan van mezelf. Nou ja, dacht ik, elke gek zijn eigen gebrek. Maar gaandeweg ontdekte ik nog wel meer zulke malle gewoontes: alle microvezel lapjes op kleur, in het gelid in een speciaal mandje. Alle vorken, messen, lepels… ja ook keurig op rij in de bestekla. Nou weet ik wel dat het onschuldige gewoontes zijn. Niemand heeft er last van. Maar zouden er meer mensen zijn die dat ook doen?

Feestje gehad…?

Feestje.jpgZomaar een wat grauwe dag en dan zie je dit. Als het nou net na Oud en Nieuw was, of na Pasen, Pinksteren…. Maar nee, gewoon doordeweeks. Zoiets intrigeert me. Wie zou het er hebben neergezet, en waarom ineens zo veel? Is er een huis leeg gehaald, kregen studenten ineens de geest en moest het huis spic en span gemaakt omdat er ouders kwamen? Tja, dat kan ik me natuurlijk wel afvragen, maar antwoorden zal ik niet krijgen. En waarom zou ik het moeten weten? Nieuwsgierig Aagje spelen…? Foei toch! Waar bemoei ik me eigenlijk mee…?
Nou ja, dan maak ik er een blogje over. Want met een beetje fantasie is er elke dag wel wat te schrijven…. 😉 😉 😉

Zo zit dat…

Upstaires-downstairsDit doet me onmiddellijk denken aan “upstairs/downstairs”. Boven wonen de “grote” lui en beneden, in het souterrain, leven de bedienden.
Ik maakte de foto in een chique wijk van Londen, met kapitale huizen, fraaie tuinen en grote auto’s op de oprit. De upperclass gaat de grote monumentale trap op, het gewone volk neemt het smalle trapje naar beneden. Boven komt de zon ruimschoots binnen, beneden moet men het doen met een mager streepje zonlicht.
Ook schieten me dan verhalen te binnen die mijn moeder en tantes vertelden. Van rijke mevrouwen, die tientallen japonnen in de kast hadden hangen. Maar hun hulp een extra boterham ontzegden.
Inmiddels zijn de tijden veranderd, ook in Engeland. De ladies moeten zelf aan de slag en soms lijkt de rijkdom meer dan er in werkelijkheid te besteden is. Ach ja, het kan verkeren.

Amsterdamse school

Bij Sjanne las ik een enthousiast blog over de Amsterdamse school. Reden voor Leo en mij om onze “vrij reizendag” dit keer te besteden aan een dagje Amsterdam.
We namen na de trein bus 22 en stapten uit bij de Hembrugstraat. Vandaar liepen we rechttoe rechtaan naar “Het schip”, het gebouw waar ook het museum over de Amsterdamse school gevestigd is. En dan ben je in een buurt waar je nauwelijks iets merkt van de enorme toeristenstromen in de binnenstad.
We waren net op tijd voor een leuke rondleiding. In de nagebouwde krotwoning, zonder ramen, zonder toilet, kon je zien hoe arbeiders rond 1900 woonden. Wat een verschil met de woningen die Michel de Klerk ontwierp. Met ramen die geopend konden worden, een wc met stromend water, een keuken en -heel belangrijk- aparte kamers voor ouders en kinderen. En al mag het dan in de ogen van nu wat bekrompen lijken -er was nog geen  badkamer- het was een hele verbetering. De gids vertelde ook over de vele symbolische versieringen aan het pand. De band met de Zaanstreek, de nautische symbolen en de fraai gemetselde muren. Ook bezochten we het postkantoor, waar de lonen voor de arbeiders werden uitbetaald. Beter dan dat het geld in de kroeg werd uitbetaald en de arbeiders in de verleiding kwamen hun loon in borrels en dronkenschap om te zetten.
Na de rondleiding en het museumbezoek liepen we nog wat door de wijk, waar nog meer “Amsterdamse school” gebouwen staan, van andere architecten. Maar wel allemaal met mooie details. Leuk om eens een andere kant van Amsterdam te zien.

This slideshow requires JavaScript.

Recept

Op Facebook stond een bericht van De Hippe Vegetariër met de vraag “Eten jullie wel eens knolselderij?” Nou en of, zelfs zeer regelmatig. Hij ziet er niet zo hip uit, die knol. Maar hij is meestal niet duur, lang te bewaren, gezond en heel erg lekker.
Probeer dit zelf bedachte vegetarische recept maar eens:

pannen

Vergeten foto van het recept te maken, maar Google helpt 😉

Knolselderij-stamppot (4 personen)
800 gram aardappelen, geschild en in stukken
ca. 800 gram knolselderij, geschild en in blokjes van ca. 2 cm.
100 gram feta, verkruimeld
250 gram (kastanje)champignons, in plakjes of kwarten
1 ui, fijngehakt
1 teen knoflook, fijn gehakt of geperst
1/2 bosje peterselie, fijn gesneden
3 of 4 bosuitjes, in dunne ringen gesneden
80 gram hazelnoten, geroosterd en gehakt
ca. 200 ml. melk
olie en/of roomboter
peper, zout, wat tijm en evt. nootmuskaat naar eigen smaak

Doe aardappelen en knolselderij samen in een flinke pan, zet met kokend water op en kook alles in ca. 18-20 minuten gaar. Giet af en laat even droog stomen.
Verwarm de melk. Stamp aardappelen en knolselderij tot een wat grove stamppot en roer er zoveel melk door tot een smeuïg geheel. Breng op smaak met peper, zout en evt. nootmuskaat. Roer er 3/4 van de feta, 3/4 van de hazelnoten en de bosui-ringetjes door.
Bak in een hapjespan in wat olie of roomboter de ui tot glazig en heel licht gekleurd, voeg knoflook en wat tijm toe en bak even mee. Zet het vuur wat hoger en bak de champignons met de peterselie. Voeg zoveel water (of bouillon of wijn) toe zodat ze niet droog bakken.
Verdeel de stamppot over 4 borden, schep de champignons er over en garneer met achtergehouden feta en hazelnoten.
EET SMAKELIJK!!

 

Wel wat anders…

wassen-vroeger

Bron: Google foto’s

Maandag stopte ik was in de machine en moest ineens weer denken hoe dat vroeger ging. Je moet dan een hele tijd terug, zo jaren vijftig. De meeste vrouwen hadden geen wasmachine. Een geiser of boiler was zelfs nog erg luxe. Wij hadden in ieder geval nog geen warm stromend water. Dus liep moeder ‘s morgens met twee zinken emmers naar de waterstoker in de straat en haalde daar warm water. Thuisgekomen moest ze drie trappen naar de zolder op. De vuile was had ze dan al in de kuip gedaan. Er ging wasmiddel bij (klopte ze dat nog van groene zeep en soda…?) en dan kon ze aan de gang. Met een harde borstel werd het wasgoed geboend op een plank. Elke vlek werd ter hand genomen. De geboende was ging in een gereedstaande teil en dan kon er gespoeld worden. Met koud water natuurlijk. Dat was er gelukkig wel voorhanden op onze zolder. Tussen de spoelbeurten door werd er gewrongen, eerst met de hand en daarna met de wringer. Soms moet ik helpen om de gewrongen lakens op te vouwen, die dan zo door de wringer gingen. Dat scheelde strijkwerk!
En nu…? Ik sta soms te zuchten omdat ik de was moet uitzoeken op kleur. Wat een gedoe…! Dan is het maar goed dat ik nog weet hoe het vroeger ging en ben ik weer blij dat wassen bij ons is teruggebracht tot het kiezen van het juiste programma. En ga ik vrolijk iets gezelligs doen!

Wat is dat nou…?

reclame.jpgZe verzinnen toch maar telkens weer wat nieuws, die reclamejongens. Zelfs als het originele product nou niet bepaald een “sexy” image heeft. Want wat is tenslotte wc-reiniger? Niks om over naar huis te schrijven, toch? Nuttig, dat zeker, maar niet iets waar je gezellig voor op pad gaat. Je neemt het terloops mee. Zuinige typjes als ik grijpen gewoon het huismerk van de discounter, bij voorkeur een eco-produkt als dat er is.
Maar wat zag ik daar nou toch bij Aldi in de schappen staan? Een wc-reiniger van een bekend merk, in limited edition zelfs.  Die moest ik eens goed bekijken. Niks nieuws, misschien een speciaal geurtje. Nou ja,  dat is vanzelfsprekend. In het kleinste kamertje wil je toch een lekker fris luchtje. Nee, ik kocht het niet. Mijn gebruikelijke merk voldoet prima. En al die kunstmatige frisse toevoegingen kunnen me gestolen worden!

Spruitjes

Er is niet veel wat ik niet lust. Maar van spruitjes heb ik nooit gehouden. Ik moest ze eten, tegen heug en meug. Maar toen ik zelf bepaalde wat we eten, kwamen spruitjes nog zelden op tafel. Zeer tot verdriet van Leo, die er dol op is. Jaren lang kookte ik met kerst spruitjes en gokte ik of ze gaar waren. Zelfs één spruitje proeven was me teveel. Maar ach, een mens wordt ouder en wijzer(???). We kregen een keer spruitjes geserveerd in een restaurant en dat viel niet tegen. Dus besloot ik om die kleine kooltjes toch maar eens wat vaker op het menu te zetten. En zo kreeg Leo gisteren al voor de 4e (!) keer dit jaar spruitjes te eten. Net als vorige week maakte ik de spruitjes-gratin met pinda’s en kokos, naar een recept van Karin Luiten. En echt, ik vond het zelfs lekker! Dit is het recept:

Recept Spruitjesgratin met pindakaas

Foto: Koken met Karin

Nodig voor 4 personen:
800 g spruitjes
100 g pindakaas (met stukjes pinda)
2 volle eetl ongezouten pinda’s
2 eetl gedroogde kokosrasp
2 knoflooktenen
250 ml slagroom
1 limoen
plantaardige olie
wat chilivlokken (uit zo’n molentje)
zout & peper uit de molen
—–

Verwarm de oven voor op 200 °C. Doe pindakaas, slagroom en 1 eetlepel olie in een kom. Pers de knoflooktenen erboven uit. Rasp de schil van de limoen erboven fijn en pers de ene helft dan uit, doe ook erbij (de andere helft wordt niet gebruikt). Maal een paar keer flink met de chilivlokkenmolen en voeg zout en peper toe. Mix kort met de (staaf)mixer tot een gladde, dikkige saus. Maak de spruitjes schoon voor zover dat nodig is, verwijder hooguit vieze kontjes en/of blaadjes. Snij ze in kwarten en schep door de saus. Vet een ovenschaal in met wat olie en doe de spruitjes erin. Strooi de pinda’s en kokosrasp erover. Dek de vorm af met aluminiumfolie. Dit kan allemaal al van tevoren. Zet 45 minuten in de oven, verwijder halverwege het folie voor een geroosterd kleurtje.

TIP:
Lekker met rijst en sappige kipsateetjes: snij 400 g kippendijfilet in kleine stukjes, marineer terwijl de spruitjes in de oven staan in 4 eetl Japanse sojasaus, 2 eetl sesamolie en 2 theel komijnpoeder. Rijg aan 8 stokjes. Bak 6 minuten onder regelmatig omdraaien in de grillpan.
©: Koken met Karin
(ik heb het recept gekopieerd van Koken met Karin, de website van Karin Luiten. Neem daar ook eens en kijkje, want haar recepten zijn zeker het proberen waard!)

Kinderstoel

kinderstoelMoe van het zoeken streek ik even neer aan de leestafel bij de koffiehoek in Boekhandel Donner. Met een kopje thee bladerde ik alvast mijn nieuwe boekje door. Je zit daar heel gezellig, met het geroezemoes van alle klanten om je heen en toch lekker rustig, een beetje verscholen in een hoekje. Toen ik mijn stoel wilde bijschuiven, viel mijn oog hier op. Wat een leuk en lekker nostalgisch exemplaar. Niks modern, maar een ouderwetse  kinderstoel. Die duidelijk nog vaak dienst doet.
Ik keek nog eens naar het andere meubilair en wist het meteen. De inkoper bij Donner kijkt natuurlijk ook vaak naar Drew Pritchard. Niks nieuwe en zielloze kunststof meubelen uit een digitale catalogus, maar gewoon lekker kringloopwinkels afstruinen en voor een prikkie op de kop tikken. Weggooien is zonde. Super hip toch, die vintage? En ook nog beter voor het milieu, dus lekker groen bezig…! 😉