Onbegonnen werk…

Op weg naar mijn wandelclub loop ik langs deze betonnen kist. Ik ken ze wel, er staan er diverse in de wijk. Het is een rattenval. Sinds het verboden is om ratten met rattengif te bestrijden, plaatst men deze kisten. De ratten die er in terecht komen, worden afgemaakt. Rattengif is niet iets wat zo maar op straat gelegd kan of mag worden.

Dat er zo veel ratten zijn, komt voor een groot deel doordat mensen overal voedsel laten liggen. Tja, een hamburger of een par cakejes wordt soms ook een beetje te veel voor onze toch al wel doorvoede lijven. Laat dat dan toch niet slingeren. Neem het mee naar huis en gooi het in de vuilnisbak.

Maar dat is toch een beetje te veel gevraagd van de mensen. Dus ligt er naast de rattenval een doosje met nog een flink stuk cake er in. Ja, zo blijft het dweilen met de kraan open….!

Kinderlijk genoegen…

Het was nog even dubben of ik wel zou gaan wandelen, want het regende donderdag. Maar toch besloten om te gaan en de weergoden te trotseren. En dat pakte heel gezellig uit.

Zes dames waren er en we namen dit keer eens een nog niet zo vaak belopen gebied, het Hoge Bergse Bos. Een wandeling daarheen had ik al eens uitgezocht. Maar jammer genoeg kun je bij het uitzoeken op de computer niet zien of je echte wandelpaadjes neemt of dat het meer asfalt is. En dat laatste bleek het geval. Maar toen we iemand aan het maaien zagen, vroegen we hem de weg.

Het vee-hek door en daar stonden we meteen in wild 😉 gebied. Het paadje was net gemaaid. Verderop stuitten we op een heel stuk met uitbundig groeiende bramen. En dan worden keurige dames opeens weer kinderen. We plukten en snoepten van het fruit. Een dame zocht en vond nog een plastic zakje en scharrelde haar toetje van de dag bij elkaar. Dat het soms een beetje regende maakte de wandeling juist nog leuker. Want deze vrouwen zijn toch zeker niet van suiker!

Warm….

Nou ja…, had ik het helemaal nog niet over de warmte gehad. Want warm was het, de afgelopen dagen. Het kwik in onze kamer steeg naar 31,5 graden, een absoluut record. Wat deden wij? Nou, niet zo veel. Zitten, langzaam aan naar de keuken, koel water tappen en dan weer zitten. Lezen, computerspelletje spelen, lui zijn. Te warm om iets te doen. Zelfs koken vond ik een opgave, dus aten we vooral salades met veel groente. En ik haakte af voor de wandeling, zoals bijna iedereen van de wandelgroep.

Bron: Google foto’s

Maar eigenlijk vond ik al die heisa over de temperatuur een beetje overtrokken. We hebben natuurlijk ook genoeg tijd en te weinig zorgen om ons hier mee bezig te houden. Want toen de temperatuur het nu verbroken record haalde (23 augustus 1944) was er wel wat anders om je druk over te maken. Er was geen ijs te koop, geen stroom dus ook geen airco, weinig voedsel en slechts op bonnen te verkrijgen. En dan zijn er ook geen berichten over ouderen die met hun voeten in een koel waterbadje zitten en aan ijsjes likken. Geen foto’s van drukke zwembaden of strandmeertjes. Geen leuke plaatjes van frisse jonge meiden in een kekke bikini.

Wel was er een wrede bezetter in ons land, die weinig plezier toeliet. Die doodvonnissen liet uitvoeren, de bevolking onder de knoet hield. En dan wordt je interesse in de temperatuur danig bekoeld. Zelfs zonder airco. Want een vluchtige zoektocht in de kranten bij Delpher leverde op 24 augustus 1944 geen enkel bericht over het warme weer op. Dat is dus andere koek 😉

Boek

Eline stamt uit een gegoed Leids gezin en is getrouwd met Wieger, een archeoloog. Ze is niet religieus, wel ongedurig en heeft behoefte aan vrijheid. Als haar man naar een klein dorp in Drenthe gaat om er een veenlijk te onderzoeken, mist Eline hem enorm. Impulsief besluit ze naar hem toe te gaan en ze neemt haar kinderen mee.

Hoewel ze vriendelijk wordt ontvangen in het dorp, leidt haar aanwezigheid tot opschudding. Eline is niet gewend van haar hart een moordkuil te maken en haar vrije manier van doen en denken valt niet bij iedereen in goede aarde. Ze wordt dan ook min of meer terug gestuurd naar Leiden.

Nederland is in 1918 dan wel nog steeds neutraal in de grote oorlog, iedereen krijgt toch te maken met de nare gevolgen. Familieleden komen om, er is weinig meer te krijgen, het is armoe troef. Dan aan het eind van die oorlog staat een nieuwe en nog onbekende vijand op: de Spaanse griep maakt heel veel slachtoffers. Eline besluit terug te keren naar het Drentse dorp en helpt bij de verzorging van de grieppatiënten. Haar blik op de wereld wordt wijder en haar leven wordt langzaamaan anders.

Het boek is goed geschreven en die periode (1918 tot ca. 1922) interesseert me in hoge mate. Ik las het boek in één adem uit. Ik ga zeker nog meer boeken van deze schrijfster lezen.

Heel wat beleefd…

Vorige week werd in Gorinchem mevrouw Kuijntjes 114 jaar. Ze is daarmee de oudste inwoner van Nederland.

Ineens realiseerde ik dat die vrouw dus al 4 jaar was, toen mijn moeder geboren werd. Mijn moeder is echter al bijna 30 jaar dood.

Wat heeft die vrouw dan toch veel meegemaakt. Twee oorlogen, de grote beurskrach, de eerste radio, het eerste vliegtuig. Ze heeft de telefoon zien veranderen van een zeer exclusief apparaat naar een gebruiksvoorwerp dat zelfs kleuters moeiteloos weten te gebruiken. De typemachine is geëvolueerd naar een computer. En zelfs die is inmiddels al weer een beetje ouderwets. Want voor bijna alles kunnen we ook een smartphone gebruiken.

Was een reis naar een stad of dorp in Nederland al een hele onderneming, nu reist men van hot naar haar. We kijken niet meer op van een weekendje winkelen in New York, Dubai of Hongkong. Maar vroeger was de reis van Rotterdam naar Gouda toch een behoorlijke onderneming.

We realiseren het ons niet, maar in die 114 jaar is de wereld dus drastisch veranderd. En dan vraag ik me zo nu en dan hoe de wereld er over 40 jaar uit zal zien. Nou ja,. met een beetje geluk maak ik het nog mee 😉


Boek

Ik las het boek Rinkeldekink van Martine Bijl op mijn e-reader.

Martine Bijl kan erg goed schrijven, met een soort onder-koelde humor. Toch werd ik niet echt vrolijk van dit boek. Daar is het onder-werp ook niet naar. Het beschrijft de periode na haar hersenbloeding en de revalidatie daarna.
Ik had een soort “déjà vu”, want mijn zus kreeg in 1989 een soortgelijke hersenbloeding. Mijn zus knapte zo te zien weer aardig op, maar veel later kwam ik er achter dat zij waarschijnlijk niet goed meer had kunnen lezen en/of schrijven. Dat heeft ze meesterlijk weten te verbloemen, maar haar karakter werd er niet gemakkelijker op. Na enkele jaren kreeg zij nogmaals een hersenbloeding, die nog veel grotere gevolgen had.
Ook Martine Bijl beschrijft haar onmacht, haar onbehagen over wat niet meer kan en toch moet. Van wie? Van haar! Buitenstaanders kunnen je gedachten niet lezen, niet voelen hoe lastig het is iets te beschrijven waar je geen woorden meer voor vinden kan.

Iedereen reageert anders, niemand is gelijk. Dus is het een en ander niet met elkaar te vergelijken. Maar ik herkende in het boek de woede en de onmacht die ook mijn zus had. Wat zou ik graag toen geweten hebben waar ik nu achter kwam. Mijn zus is al weer meer dan 20 jaar dood. Er valt dus niets meer te bepraten, te bekijken, te herstellen of veranderen. Het is gegaan zoals het ging.
Het boek van Martine Bijl vond ik geen boek dat je leest voor de lol, al komen er komische zaken aan de orde.
Maar lees het vooral als je vaker in aanraking komt met mensen met hersenletsel. Voor diegenen is het absoluut een aanrader. Het kan zo maar leiden tot wat meer inzicht.

Maak er wat van…

Zoals ik gisteren al schreef, heeft Marlika haar crowdfundingbedrag bij elkaar gekregen en is ze inmiddels in Moskou.

Het waren spannende weken, niet alleen om al het geld bij elkaar te krijgen, maar ook de spanning van wat er allemaal moet en gaat gebeuren. Tel daar bij op de vele dingen die geregeld moesten worden. Zo nu en dan leek Marlika op haar tandvlees te lopen. Gelukkig was er de steun van familie en vrienden, maar toch… Je zou voor minder stil of chagrijnig worden en rustig in een hoekje gaan zitten. Maar dat is niks voor Marlika. Het leven moet gevierd worden!

En kan dat niet zo als het moet, dan moet het maar zoals het kan. Op 31 augustus 2019 zal het lastig zijn de 1e verjaardag van Manouk te vieren. Dus werd die dag naar voren gehaald en stond er al taart, waren er slingers en cadeautjes op de dag dat Manouk 10 maanden oud werd.

En zit je toevallig op je trouwdag al in Moskou? Nou, dan maken we van de nood een deugd. Het werd gewoon gevierd in het Gorkipark.
Goed zo! Maak er wat van…!
Carpe diem! Pluk de dag!

Muzikale maandag

Ook in 2019 start ik de week met muziek. Meestal vrolijk, soms ontroerend en bij tijd en wijle zelfs heel verrassend. Maar het is altijd iets wat mij op een of andere manier geraakt heeft.

"Keep Marlika walking"

Het nummer van deze week is bijzonder, want afgelopen zaterdag vertrok Marlika naar Moskou. Haar crowdfunding is geslaagd, het totale bedrag werd gehaald. Nu hopen dat de behandeling zal aanslaan en haar toekomst er zonniger uit zal zien.
Maar “she never walks alone”! Alle vrienden, bekenden en onbekende donateurs leven met haar mee.
Zet hem op, Marlika!!


Doordraven…

Vorige week kocht ik zo’n ouderwetse set vliegenvangers. Van die stroken met zeer kleverig spul er op, waar vliegen tegenaan zouden vliegen en vast komen te zitten. Nu las ik ergens dat sommige mensen dat zielig voor de vliegen vinden. Ik ben beslist tegen alle soorten van dierenmishandeling, maar dit gaat me toch iets te ver. Als mens je laten plagen -of nog erger ziek worden- van vliegen omdat je ze niet dood wilt maken. Ja, er zijn natuurlijk ook vliegenmeppers, maar de heel tijd achter zo’n beest aan gaan en dan overal vieze vlekken op de muren maken, vind ik ook geen optie.
Maar het kan nog vreemder. In de Oostvaardersplassen zijn parasols neergezet om de grote grazers tegen de zon te beschermen. Wie komt op het idee? Dan heb je toch geen benul van natuur? Die dieren zijn heel goed in staat om onze zomer door te komen. Op de grote steppes worden tenslotte ook geen zonneschermen geplaatst.

Recept

Buurvrouw Marlika vroeg me om het recept van de preitaart die ze bij mij gegeten had. En dat geef ik graag, want zo’n taart is makkelijk voor te bereiden, een stevige maaltijd of lekker hapje erbij. Helemaal vegetarisch ook nog.

Voor 4 personen heb je nodig:
300 gram zelfrijzend bakmeel
150 gram (volle) kwark
4-6 eetlepels melk
1/2 tot 1 theelepel zout (naar smaak)
Meng alles in een kom tot een stevige bol deeg. Rol het in folie of bakpapier en laat het minimaal een uur in de koelkast rusten.
Rol het daarna op een met bloem bestoven aanrecht uit tot een lap die past in je bakvorm. Prik met een vork wat gaatjes in de bodem. Snij de vorm eventueel een beetje bij.

Voor de preivulling heb je nodig:
900-1000 gram prei, gewassen en in smalle halve ringetjes gesneden
1 rode of gele paprika in stukjes
100 gram licht pittige (geiten)kaas in kleine blokjes + ca. 40 gram gemalen kaas
8-10 kerstomaatjes, doormidden gesneden
klein potje creme fraiche (1/8 liter)
4 eieren
tijm, peper, zout en nootmuskaat naar eigen smaak
Boter of olie om in te bakken

Bak eerst de paprika licht aan, zodat ze wat zachter wordt. Voeg dan de prei toe, schep alles voorzichtig om en smoor op laag vuur in ca. 10-15 minuten. De prei moet nog niet al te gaar zijn. Laat afkoelen.
Meng in een kom de eieren met wat peper, zout en crème fraiche tot een glad mengsel. Schep er de prei en kaasblokjes door en meng goed. Giet in de beklede bakvorm.
Strooi de geraspte kaas erover en druk de halve kerstomaatjes er rondom in.
Zet de vorm in een hete oven (200° Celcius) en bak gedurende 15 minuten. Verlaag de oventemperatuur naar 160° Celcius en bak nog 25 tot 35 minuten tot de taart mooi goudbruin is. Wordt hij te bruin, dek dan af met wat alufolie.
Eet de taart warm of lauwwarm. Maar ook koud smaakt hij nog prima.