Rugzak

Vorige week kwam mijn nieuwe rugzak binnen. Gemaakt in China, voor een Japans merk, besteld bij een Amerikaans bedrijf en verstuurd van uit Duitsland. Nou, dat is nog eens reis, nietwaar?
Had ik nog geen rugzak? Ja, natuurlijk, al meer dan twintig jaar ga ik op reis met een rugzak. Want dat draagt toch het lekkerst. Maar de meeste rugzakken hebben een of meer nadelen. Allereerst zijn ze of te klein of te groot, of gaan ze niet gemakkelijk open. In grote rugzakken zakt alles naar beneden en dat draagt dan weer ongemakkelijk. De banden zakken van mijn schouders af en irriteren. Je ziet, ik ben niet lastig! Een beetje veeleisend misschien…. 😉
Maar toen zag ik op internet deze rugzak. Ook groot, maar een heel ander model. Het lijkt nog het meest op een flink formaat zak, met een grote opening aan de bovenkant. En die blijft ook stevig open staan, wanneer je wat wilt zoeken. Er zitten flinke handvatten aan, zodat ie gemakkelijk op te tillen is en mee te dragen.
Dit is vrijwel het kleinste model. Een zeer schappelijke prijs, want stel je voor dat je er een kapitaal voor betaalt en dat die dan toch niet lekker draagt.
Maar hij is me comfortabel! Blijft prima zitten, geen afzakkende banden. Er kan heel veel in en dan draagt ie toch opvallend licht. Ik ben er dus heel blij mee.
Klein opvallend detail: het model heet Himawari en dat is japans voor “zonnebloem”. En laat dat nou één van mijn lievelingsbloemen zijn!

Betutteling

wijntjeIn 1954 werd mijn vader (toen 51 jaar) niet lekker op zijn werk. Hij ging op de fiets naar huis, liep de trap op en ging naar bed. De dokter constateerde dat mijn vader een hartinfarct had. Al heette dan toen nog niet zo. Papa moest zes weken volkomen rust houden. Hij mocht zich zo min mogelijk bewegen, het bed mocht niet verschoond worden, hij mocht er niet uit om zich te wassen. Roken in bed vond mijn moeder niet goed, dus stopte hij daar noodgedwongen mee. Na die zes weken stak hij toch weer een sigaretje op, want dat vond mijn moeder veel gezelliger dan een niet rokende man.
Mijn vader had een tenger postuur. Mager noemde mijn moeder dat en zij vond het dan ook geen wonder dat hij ziek was geworden. Alles wat nu ten sterkste wordt afgeraden, kreeg mijn vader in ruime mate. Roomyoghurt, volle melk, brood dik besmeerd met roomboter, volvette kaas. Ging hij kaarten, dan klutste mijn moeder twee eieren, goot er een scheut vieux bij. Goed tegen de kou. Ook lustte mijn vader graag een borreltje. En zeker na zijn pensionering in 1968 dronk hij dagelijks een of twee glaasjes en soms nog wel eens wat meer. In 1988 overleed hij, maar niet aan een hartkwaal en ook niet aan kanker.
Wat is nu de moraal van dit verhaal? Dat we ons eigenlijk niet al te veel moeten aantrekken van alle leefregels die ons regelmatig worden voorgeschreven. En dat al het Calvinistische gedoe in Nederland je heus geen garantie biedt op een lang en gezond leven. In Spanje, waar toch echt meer alcohol gedronken wordt dan in Nederland, worden mensen ouder dan hier.
En denk eens aan mensen als Churchill, Prins Bernhard, Mary Dresselhuys, Conny Stuart, Lia Dorana. Ik ken er nog wel meer die geen lid waren van de Blauwe Knoop en toch allemaal meer dan 90 jaar werden.
Iedereen mag zelf beslissen wat hij of zij eet of drinkt, maar laten we toch ophouden met al die betutteling. L’chaim!!

 

Opluchting

Ruim op tijd zaten Leo en ik gisteren in de wachtkamer het IJssellandziekenhuis. Gelukkig hoefden we niet lang te wachten tot we naar binnen mochten. En daar kwam de chirurg met een brede grijns op zijn gezicht de kamer in. Goedemorgen mevrouw……. En nog voor hij zat,  vertelde hij dat hij een gunstige uitslag kon melden. De weggehaalde tumor was gelukkig niet agressief. Ik krijg dus alleen nog bestralingen en hoef ik verder geen medicijnen te slikken. Er zijn geen woorden om te beschrijven hoe gelukkig ik op dat moment was.
Die bestralingen zijn nog even een dingetje en ik zal daar ook best nog wel last van krijgen, maar dat gaat over na een tijdje. Geen verdere medicijnen betekent vooral geen verdere bijwerkingen en dus geen zorgen meer.
De wereld ziet er ineens weer fleuriger uit!

Opluchting.jpg

Allemaal lieve wensen van familie, vrienden en vriendinnen. Hartverwarmend!

Weer thuis!

Na de eerste confrontatie zit je er tegen aan te hikken. Ondanks alle verzamelde moed, ondanks alle lieve wensen, het blijft een zenuwentijd, de tijd tussen diagnose en operatie.
Gelukkig heeft men daar in het IJssellandziekenhuis begrip voor.  Meteen werden afspraken gemaakt met chirurg en mammacare-verpleegkundige. En vorige week vrijdag, tijdens een gezellige lunch met Bettie in Delft ging mijn telefoon. Dinsdag stond een poortwachterklier-locatieonderzoek gepland  en woensdag diende ik me om 8 uur ‘s morgens nuchter in het ziekenhuis te melden. Geen probleem, we wonen op ongeveer een kwartiertje rijden en kwamen dus ruimschoots op tijd.
weer-thuisDan begint het lange wachten. Eerst naar de echo voor een locatiebepaling en dan wachten tot je naar de OK gereden wordt. Dat liep een beetje uit, maar daar heb ik alle begrip voor. Van de hele operatie merk je niks, je bent in slaap voordat je ook maar gapen kunt. En dan word je met zachte hand weer wakker gemaakt. Het viel me ook nu weer mee. Nauwelijks pijn, geen misselijkheid. En ‘s avonds had men voor mij zelfs al een lekkere maaltijd klaargemaakt. Geen klachten dus.
En toen ik gisteren van de arts hoorde dat ik diezelfde morgen al naar huis mocht, was ik helemaal in de gloria. Manlief gebeld, die me keurig op tijd kwam afhalen. En dan nog een dagje een beetje bijkomen. Onze jongens kwamen, Leo kookte heerlijk. Ik mocht wel een blogje tikken, maar “rustig aan hè!!” En dat deed ik, nog één dagje verplicht vakantie.
Maar vandaag gaan we als vanouds weer verder. Wat er nog meer op mijn pad ligt, dat horen jullie te zijner tijd.

Tassen

Tassen en schoenen kan een vrouw nooit genoeg hebben. Ruimte te weinig om alles op te bergen, tja dat weer wel. Maar goed, elk voordeel heb se nadeel. Daar vind ik wel weer wat op.  😉
Ik werd vrijdag verwend met een lief cadeautje, een vrolijk en handig opvouwtasje. Dat heeft nu standaard een plek in een nieuw klein en kek geel schoudertasje, dat ik zaterdag kocht om mezelf te verwennen. Leo blij, want nu kan dan eindelijk, eindelijk dat al jaren oude rode, wat armoedige en versleten tasje weg.
Tassen

Boek

Naast boeken op mijn e-reader lees ik natuurlijk ook nog wel gewone boeken. Soms kom ik daar maar met moeite doorheen en vind ik het geen blog waard. Dit boek vind ik echter wel blogwaardig.
Boek-kleur-van-theeIn De kleur van thee van Hannah Tunnicliffe zien we hoe het huwelijk van Grace Raven en haar man Pete na hun verhuizing naar Macau dreigt te verzanden. Aan de basis daarvan ligt een droom, die aan stukken geslagen is. Ze kunnen hun problemen niet meer bespreken en dolen rond in een ongemakkelijk zwijgen. Grace ontdekt een leegstaand winkeltje en begint een cafeetje. Ze heeft besloten dat ze er vooral heerlijke macarons wil serveren en zoekt, samen met Rilla en Gigi, die haar helpen de zaak te runnen, naar nieuwe smaken. Haar werk dreigt haar helemaal op te slokken. Maar door de contacten en de problemen van Rilla en Gigi en reacties van haar klanten komt Grace meer en meer tot de kern van haar problemen. Een misverstand en een daaruit volgende knallende ruzie brengt helderheid in hoe ze in het leven staat.

De droom komt op het laatst toch uit, al is dat niet zoals Grace en Pete het zelf gedacht zouden hebben.
Dit boek is voor mij een aanrader.

Mede-bloggers

Tja, misschien is dit bericht een beetje mosterd na de maaltijd. Want alle andere mede-bloggers hebben er al over geschreven. Hoe leuk het was, hoe gezellig, hoe we onmiddellijk een klik hadden. En van hoe ver we kwamen, uit Zuid-Limburg, Hoorn, Ilpendam, Stolwijk, Delft en Rotterdam.
Een impulsieve reactie bij Emie resulteerde in een gezellige ontmoeting met Marthy , Bettie, Jeanne en Inge in het café in het Centraal Station van Utrecht.
Mijn vrees dat het gesprek na wat inleidende verhalen zou stokken, was totaal ongegrond. Van de eerste minuut af werd het een geanimeerd gesprek. Over bloggen (natuurlijk), en verder over van alles en nog wat. Het voelde als een warm bad. Bettie zei dat ze er vijf nieuwe vriendinnen bij had gekregen en iedereen was het daarmee eens. En het leuke is, dat we eigenlijk (bijna) elke dag bij elkaar op visite komen. We blijven net lang genoeg en komen altijd op de juiste tijd. Want ja,  de een kijkt de bloglijst ‘s morgens in bed al na, de andere wacht er mee tot na het avondeten. Dat kan gewoon met bloggen. Je hoeft elkaar niet te zien om toch te ontmoeten. Afstand verdwijnt. Maar zo nu en dan elkaar in het echt te ontmoeten, is geweldig. Dus Emie, Marthy, Jeanne, Inge en Bettie, tot volgend jaar!
Bloggers

Koud

We konden er op wachten. De temperatuur zakt en “Het koude-noodplan” treedt in werking. Oh, zucht, wat een onzin.

Winter-1963

Bron: Google

Ik ga even terug in mijn herinnering, naar 1963. De dag voor die beruchte en barre Elfstedentocht. Ik moest gewoon naar school en op mijn vrije middag samen met vriendinnen lopen naar de kookles. (Ja, dat zat er al vroeg in). Het was al weken koud. Maar vond ik dat erg? Welnee, het was heerlijk. Sneeuw, ijs, hopen op ijsvrij als de temperatuur nog een beetje zou zakken.
Mijn vader was uitgevroren, want veel schilderwerk was er niet met die kou. Dus ging hij helpen om de bakkerskar over de brug of de hol bij de Mathenesserdijk op te duwen en zo een centje bij te verdienen.

Winter-1963-(2)

Bron: Google

Hadden wij warme winterkleren? Ik kan het me niet herinneren. Ik schat dat ik één lange broek had, één paar stevige schoenen. Geen laarzen, geen thermo-ondergoed. In mijn slaapkamertje stonden de ijsbloemen op de ramen. Ik kreeg een kruik mee naar bed, er werd een extra gewatteerde en dus loodzware deken op mijn voeten gelegd. Bij uitzondering mocht ik me in de kamer aan- en uitkleden. Maar wassen ging gewoon met koud water, want er was niks anders.
Maar nu stromen de media -al voor er één sneeuwvlok is gevallen, voor de thermometer ook maar een graadje gezakt is- vol met berichten over hoe koud het wordt en wat je er tegen moet doen. Al meer dan een week hoor ik dat het min 17 gaat worden, maar hier is de temperatuur nog maar net onder 0. Buiten schijnt dagelijks de zon, het is stralend weer, maar Nederland bereid zich voor op een kouderamp. Och, wat een watjes toch!

Gelukkig zijn…

Als je zegt dat je altijd opgewekt en vrolijk bent, het leven zonnig inziet en blij bent dat je leeft, dan kom je wellicht over als een “blij ei”. Voor mij heeft die uitdrukking de bijsmaak van enigszins simpel in het leven staan. Want zeg nou zelf, niet elke dag is het alleen maar lachen.
Toch kan ik oprecht zeggen dat ik me elke dag gelukkig voel. Dat ik vrolijk opsta en met een lach begin aan de dag. Nooit eens somber, chagrijnig, depressief? Och natuurlijk, zo nu en dan is er heus wel eens iets te klagen.
Maar meestal zie ik de toekomst vrolijk in. Veel zorgen probeer ik me niet te maken, want alles gaat zo als het gaan moet en komt uiteindelijk op zijn pootjes terecht.
Daarom maakte dit venster zo veel indruk op me. Ik zag het in de Laurenskerk, waar ik eergisteren over schreef. Ik betwijfel of ik “verlichting” kan bereiken. Zeker dat ik anderen zal “verlichten” ben ik al helemaal niet. Maar vriendelijk zijn, niet slecht denken over anderen, waar mogelijk helpen, dat zal me toch wel lukken, hoop ik.

Rust…

Een drukke straat in Den Haag, op een regenachtige dag.
Haastig loopt iedereen voorbij, de paraplu manoeuvrerend in de wind of diep weggedoken in een warme capuchon. Geen mens heeft tijd of zin om zich te verdiepen in een moment van meditatie.
Staat deze Boeddha dan voor niks daar? Wie zal het weten? Zelf stond ik heel even stil, pakte mijn telefoon en klikte voor een foto. Geen meditatief moment, maar toch… Misschien klaart de lucht wel op, gaat de zon uitbundig schijnen.. vinden we wel weer de rust om even bij hem stil te staan….