Klein, kleiner, kleinst…

Wie kijkt naar de foto’s, ziet in eerste instantie misschien niet waar het hier om gaat. Het lijken foto’s van heerlijke gerechten of drankjes. Die zijn er bij honderden te vinden op internet, eigenlijk niks bijzonders.

Maar wie beter kijkt, ziet dat ineens dat het wel heel kleine gerechten zijn. Niet om op te eten, maar om het leven in een een poppenhuis nog echter te maken. De eigenaresse van die poppenhuizen doen er alles aan om alles zo levensecht als maar mogelijk is te maken. Dus in een keuken horen dan ook potten, pannen, lepels, gardes en… ja eten. Instagram heeft een hele reeks van foto’s, zoek maar eens op #miniaturefood. Al kijkend loop het water je in de mond.

Dit is zomaar een selectie van wat ik super leuk vond:

Herinnering

Alweer meer dan 12 jaar geleden stapte ik elke donderdagmorgen door deze deur naar binnen. De deur van de Rotterdamse Snijschool, waar ik een opleiding volgde voor coupeuse.

De school zat in een oud en deftig pand aan een van de mooiste singels van Rotterdam. Het was natuurlijk van oorsprong een woonhuis, maar de grote kamers met de hoge plafonds dienden al vele jaren als ruimtes voor ijverig knippende en tekenende leerlingen. Menig zweetdruppeltje viel er tijdens de lessen. Want eenvoudig was de opleiding niet. Met uiterste precisie werden de patronen op schaal getekend. Voor je dat goed onder de knie had, was er meer dan een jaar verstreken. Dan mocht je je patronen vergroten, op de stof leggen en aftekenen. Waarna het knippen kwam, doorslaan, passen, meten en opnieuw passen. Met een beetje geluk, had je dan een mooie nieuwe robe, jas of blouse.

Laatst zag ik al dat de school er niet meer gevestigd was, het pand stond leeg. Maar afgelopen zondag stond de deur open, werd er hard gewerkt om het weer bewoonbaar te maken.

Toen ik deze foto stond te maken kwam een mevrouw naar me toe en vroeg me of ze me kon helpen. Ik vertelde haar mijn verhaal, mocht binnen komen om te zien wat er allemaal verbouwd en opgeknapt is. Helaas had ik een andere afspraak, maar intussen weet ik dat het geen school meer wordt. Haar zoon en wat vrienden zullen er gaan wonen tijdens hun studie in Rotterdam. Die vallen met hun neus in de boter. Want het is beslist een mooi en uniek stukje Rotterdam.

Gratis…

Op een van onze wandelingen stond langs de weg een grote doos met boeken. “Gratis mee te nemen” stond er bij. Iedereen wilde wel even in die doos kijken, want we wandelen niet alleen, we lezen ook heel graag.

Eén wandelvriendin vond een boek waar ze al langer naar op zoek was, een gelukje! Maar voor de anderen zat er niet veel meer bij. Het leken op het oog mooie boeken, maar of we op een sombere winteravond nou gezellig gaan bladeren in een boek vol met enge medische plaatjes?
Nee, dank u, ik ga wel weer naar de gewone bieb!

Waarschijnlijk is de bewoner arts of chirurg, misschien wel cardioloog. En moesten de boeken van zijn studie nu plaats maken voor nieuwe uitgaven. Of voor frivoler boeken, waar je eens een keertje om kan lachen…. Wie zal het zeggen?

Driedubbel plezier…

Telkens wanneer de Flow in de bus valt, ben ik blij. Omdat er altijd wel iets interessants in te lezen staat. Lekker opgekruld op de bank lezen. Over creatieve, dappere of inspirerende mensen en altijd met prachtige foto’s erbij. Een kopje thee op tafel met soms iets lekkers er bij. Dat is plezier nummer één.

Het tweede plezier komt wat maanden later, want dan scheur ik dat mooie blad compleet los. De mooie dikkere bladen houd ik apart. De fotobladen gebruik ik later. En de bladen met tekst bewaar ik als onderlegger bij het stempelen.

Want als ik kaarten gemaakt heb, moeten er natuurlijk ook enveloppen om. Daar gebruik de mooie fotopagina’s voor. Elke envelop weer anders.

En inmiddels weet ik dat mensen zo’n kleurige envelop erg leuk vinden. Want die valt wel op tussen de -meestal saaie- normale post.

Kijken, kijken….

Kijken kijken en … ja toch wel wat kopen. Want er was zo veel leuks te zien. Zo veel moois ook, op de Knotgekke Kaartendagen in Den Bosch, waar ik samen met Bettie naar toe ging. Met de trein tot Utrecht en toen met de NS-snelbus, want er werd aan het spoor gewerkt. Prima verbinding en volop gelegenheid om weer eens even bij te praten. Dat praten lukte ook prima bij een (gedeelde) Bossche Bol.

En dan op naar de Brabanthallen. Er zou een pendelbus zijn, maar die konden we zo snel niet vinden. Dan maar lopen, een klein kwartiertje.

De beurs was warm, maar gelukkig niet zo bovenmatig druk. Met een beetje geduld kon je overal goed kijken en op je gemak zoeken. Stapels prachtig papier, met allerlei patronen, kaarten, enveloppen, stempels, mallen, stansen, gereedschap. Maar ook tape in soorten en maten, versieringen in alle kleuren van de regenboog. We vergaapten ons aan van alles. Jammer genoeg was het niet altijd mogelijk een foto te maken. Ja, het mocht wel, maar dan moest je meteen het materiaal van de creatie kopen.

Het is niet de eerste keer dat ik samen met Bettie zo’n evenement bezoek en het is telkens weer een belevenis. Mijn rugzak werd zwaarder en zwaarder, mijn PIN-pasje telkens een ietsje lichter 😉

En vandaag ga ik eens lekker aan de slag met mijn nieuwe spullen.

Aanwaaier

Mooi hè, zo’n Hibiscus. Vorig jaar zomaar aan komen waaien in de tuin. Zichzelf uitgezaaid in een onmogelijk klein kiertje tussen het terras en het buurhuis

Je kunt zoiets natuurlijk meteen de kop indrukken en met wortel en tak uitroeien. Maar ik ben altijd nieuwsgierig wat er tenslotte uit zal komen. En dat viel zeker niet tegen. Hij mag nog even blijven. Volgend jaar ook en misschien nog wel langer.

Recept

Misschien willen jullie de lekkere pruimen plaattaart ook wel eens maken. Nu zijn tenslotte de pruimen nog volop te koop of moet je ze nog van je eigen bomen plukken. Hier volgt dus het recept:

Zo schoof ie de oven in. Daarna vergat ik nog meer foto’s te maken 🙁
  • 50 gr zachte boter
  • 150 gr suiker
  • 1 zakje vanillesuiker
  • 2 grote eieren
  • 250 gr bloem
  • 1/2 zakje bakpoeder
  • scheutje melk
  • 750 gram stevige pruimen
  • 25 gram suiker
  • 2 theelepels kaneel
  • evt. wat amandelschaafsel

Oven voorverwarmen op 170 graden Celsius
Pruimen wassen, goed afdrogen en in tweeën snijden en pit eruit halen.
Bakplaat of bakvorm met bakpapier bekleden.

Meng boter, suiker en vanillesuiker door elkaar
Klop de eieren er door en voeg het meel met de bakpoeder toe. Roer tot een stevig beslag. Voeg eventueel wat melk toe als het te stevig is, want het moet goed smeerbaar zijn.
Strijk het beslag uit over de bakplaat.

Verdeel de pruimenhelften er over en druk die een beetje aan, zodat ze goed in het deeg liggen.

Bestrooi de pruimen met kaneel en suiker (wat minder als het heel zoete pruimen zijn, wat meer bij iets zuurder pruimen) en als je het in huis hebt wat amandelschaafsel.

Bak de plaattaart in het midden van de voorverwarmde oven circa 30 tot 40 minuten.
Het ligt aan je oven hoe lang de baktijd exact is, hou dat in de gaten. Wanneer een satéprikker in het midden van de taart gestoken er droog uit komt, is de taart gaar.

EET SMAKELIJK!!

Als je nou denkt, dat ik zo’n recept eventjes uit mijn mouw schud… Nee hoor, ik zocht en vond op Smulweb.nl dit heerlijke recept van Petra Wiggers, dat ik zeker nog eens vaker ga maken.

Boek

Eline stamt uit een gegoed Leids gezin en is getrouwd met Wieger, een archeoloog. Ze is niet religieus, wel ongedurig en heeft behoefte aan vrijheid. Als haar man naar een klein dorp in Drenthe gaat om er een veenlijk te onderzoeken, mist Eline hem enorm. Impulsief besluit ze naar hem toe te gaan en ze neemt haar kinderen mee.

Hoewel ze vriendelijk wordt ontvangen in het dorp, leidt haar aanwezigheid tot opschudding. Eline is niet gewend van haar hart een moordkuil te maken en haar vrije manier van doen en denken valt niet bij iedereen in goede aarde. Ze wordt dan ook min of meer terug gestuurd naar Leiden.

Nederland is in 1918 dan wel nog steeds neutraal in de grote oorlog, iedereen krijgt toch te maken met de nare gevolgen. Familieleden komen om, er is weinig meer te krijgen, het is armoe troef. Dan aan het eind van die oorlog staat een nieuwe en nog onbekende vijand op: de Spaanse griep maakt heel veel slachtoffers. Eline besluit terug te keren naar het Drentse dorp en helpt bij de verzorging van de grieppatiënten. Haar blik op de wereld wordt wijder en haar leven wordt langzaamaan anders.

Het boek is goed geschreven en die periode (1918 tot ca. 1922) interesseert me in hoge mate. Ik las het boek in één adem uit. Ik ga zeker nog meer boeken van deze schrijfster lezen.

Toch niet gekker…?

Na het kunstgras is er nu ook, ja echt, een kunst-heg te koop. Altijd groen, altijd even hoog, netjes geknipt, verliest geen bladeren. Een uitkomst voor de luie tuinier. Kan ie toch in de schaduw liggen en hoeft ie zijn stoel niet meer uit te komen.

Ja makkelijk dat wel. Maar of we hier nou op zitten te wachten? Zo’n heg haalt het natuurlijk nooit bij het frisse groen van een levend exemplaar. Okay, hij wordt ook niet kaal. Maar het is toch een leven- en zielloos wangedrocht. Net als kunstgras of een tuin vol met alleen maar tegels.
En denk eens in wat een stof er in zal gaan zitten. Dat levert dan weer nieuwe problemen op, daar kun je op wachten. Of nee, dan zetten ze er natuurlijk een flinke spuit kostbaar drinkwater op.

En als ze hem zat zijn…? Dan mieteren ze hem in de kliko. Och och, wat een verarming voor de natuur.
Geef mij maar zo’n leuke groene groeiende heg. Liguster, haagbeuk, meidoorn of hulst, maakt me niet uit.
Als het maar leeft!

Recept

Zette mijn moeder vroeger witlof op tafel, wist ik al genoeg. Geen trek, bah zo bitter. Maar tegenwoordig smaakt witlof me meer dan lekker. Al maak ik het helemaal anders klaar dan moeders het deed.

  • Witlofschotel
Bron: Google foto’s

Voor 2 personen:
ca. 500-600 gram witlof
ca. 450 gram kruimige aardappel
ca. 150-200 gram ham in plakken
ca. 75-100 gram pittige kaas in plakken
boter en/of olie
ca. 200 ml. melk
peper, zout, nootmuskaat
2 theelepels balsamico azijn (optioneel)
2 eetlepels geraspte kaas

Verwarm de oven voor op ca. 175 graden.
Schil de aardappels en kook ze met wat zout en maak er met de warme melk een niet al te stevige puree van. Breng op smaak met peper, zout en nootmuskaat.
Vet een ovenschaal in.
Maak de witlofstruikjes schoon en snijdt ze in de lengte in vieren.
Smelt wat boter (en eventueel ook wat olie) in een grote koekenpan en leg de gesneden witlof er in. Laat op half hoog vuur ongeveer 8 tot 10 minuten zachtjes bakken. Draai de struikjes om en bak ook deze kant nog ongeveer 5 tot 8 minuten.
Bestrooi zuinig met zout, royaal peper en wat nootmuskaat. Verdeel de balsamico azijn erover (als je daar van houdt). Laat afkoelen.
Snij de de ham in zoveel stukken als er kwart witlof is. Rol elk stuk in de ham en leg in de ovenschaal. Verdeel de kaas er over. Schep tenslotte de puree over de groenten, strijk glad en strooi er wat geraspte kaas over.
Bak de schotel ca. 25-35 minuten in de oven totdat de bovenkant mooi goudbruin is.

EET SMAKELIJK!!