Kwestie van smaak…

Dit schilderij had ik niet zo gauw toegeschreven aan Claude Monet. Aan wie dan wel, geen idee! Maar dit is niet de stijl en de voorstellingen die me bij zijn naam voor de geest komen.

Bij Claude Monet denk ik in eerste instantie aan zijn schilderijen van bloemen, planten, waterlelies. Zie ik zachte kleuren, enorme doeken en proef ik de sfeer van Musée Marmottan in Parijs. Maar nu hangen er een aantal schitterende werken in het Kunstmuseum (de naam Gemeentemuseum is in de ban gedaan) in Den Haag.

Zoals te verwachten was, was het druk. Maar gelukkig niet zo druk dat je niet de tentoonstelling uit het oog verloor. Je kunt een app downloaden op je telefoon en met een beetje gehannes lukte het ons. Zodoende kregen we bij een aantal schilderijen uitleg. Maar ook zonder die uitleg zijn ze vrijwel allemaal prachtig. Dat Monet de laatste dertig jaar van zijn leven vrijwel niets anders schilderde dan de kleuren van zijn tuin in Giverny wist ik vagelijk. Maar dat schilderijen tot begin jaren vijftig een beetje verwaarloosd waren achter gebleven in zijn atelier en er nauwelijks belangstelling voor was, was nieuw voor mij.

Ach ja, ook in kunst is er altijd een bepaald soort mode en raakt het een en ander uit de gratie. Dat wat nu opgehemeld wordt, kan over een tijdje zo maar totaal verguisd worden. Gelukkig werden deze schilderijen herontdekt en door musea aangekocht en tentoongesteld. Het Kunstmuseum heeft met bruiklenen van over de hele wereld een schitterende tentoonstelling gemaakt.

Spelen…

Terugkijkend op mijn jeugd, besef ik dat ik, hoewel meer verwend dan anderen, in vergelijking met nu maar weinig speelgoed had. Leed ik daar onder? Welnee zeg! Ik had poppen, wat stoffen dieren, een fornuisje met pannetjes. Daarop mocht ik alleen koken, met echte vlammen, als mijn moeder tijd en zin had om er bij te blijven. En ik had knotsen en een grote lap stof, een stapel Margriets waarin ik mocht knippen. Eigenlijk speelde ik daar het meest mee, want die knotsen werden in mijn fantasie “mannequins” de lap stof drapeerde ik daar om heen. Van de Margriet-plaatjes maakte ik paspoppen. Uren was ik er mee zoet.

En natuurlijk speelde ik buiten. Op de stoep voor ons huis, met andere kinderen uit de straat. Ballen, touwtje springen, hinkelen…

Kinderen van nu hebben veel meer speelgoed, technisch en geavanceerd ook. Maar ik vind het soms zo fantasieloos. Of kijk ik met een wat bevooroordeelde blik? Het boekje op de tafel bij een vriendin trok mijn aandacht en bij elke bladzijde dacht ik terug…. Oh kijk, Lego, maar wat was dat toch nog simpel. Oh ja, hinkelen… En een springtouw…. En ja, dat deden we ook graag…. Bokkie springen.

Waaraan zouden de mensen straks over zo’n jaar of vijftig terugdenken en waar zullen hun (klein)kinderen dan mee spelen…. ?

Eeuwigheid…?

Wat is tijd…? Geld? Misschien, voor een bank wellicht wel zeker. Maar de bouwers van dit gebouw hebben beslist gedacht dat zij bouwden voor de eeuwigheid en dat gedurende die tijd de bank er altijd gevestigd zou zijn. Want anders metsel je de naam niet in de gevel.

Maar ach, de bank is inmiddels opgegaan in een groter geheel. Het kantoor was niet meer nodig, dus werd het pand verkocht. En de nieuwe eigenaar? Die heeft het maar zo gelaten. De nieuwe zaak heeft heel andere klanten en een heel andere manier van reclame maken. Wie let er nou nog op…?

Milieubewust…?

Iedereen valt over elkaar om te laten zien dat hij of zij toch echt heel bewust met het milieu omgaat. Natuurlijk, dat is een prima zaak.

Maar soms lijkt het toch een beetje “meer woorden dan daden”. Want dit vond ik wel een voorbeeld van hoe het beslist niet moet.

Natuurlijk neem je een tas mee naar de supermarkt. Maar dan mogen de appels wel gewoon in een kist liggen. Kun je meteen zoveel afwegen als je nodig hebt, in plaats van met veel te veel opgescheept worden.

Theeleuten…

Dat Engelsen echte theedrinkers zijn, dat is natuurlijk bekend. In een supermarkt vond je dan ook enorme uitstallingen van allerlei soorten thee. Maar eigenlijk niet eens zo veel speciale smaakjes, zoals bij ons. Wel een hele sortering “breakfast tea”.

Het is voordeliger je thee in bulk te kopen, dus staan er ook enorme zakken met theezakjes. Die moeten dagelijks met miljoenen gebruikt worden. Je kunt wel een weekje of wat vooruit met deze verpakking waarin 480 zakjes zitten. Want je hoeft het natuurlijk niet alleen bij het ontbijt te drinken. Het kan de hele dag door….!

En wat je er ook mee kan? Dat las ik deze week in een stukje over koningin Elisabeth. Zij had de doopjurken van haar kleinkinderen laten kleuren met, juist!, deze Yorkshire tea. Zij drinkt dus deze thee niet alleen bij haar koninklijk ontbijt.

Onverwacht…

Ik weet niet meer wie me de link stuurde, maar ik wist wel zeker dat ik graag naar “Trois jours d’Aznavour” wilde. Een voorstelling met, uiteraard, liedjes van Charles Aznavour, gebracht door Philippe Elan, Katell Chevalier, Flip Noorman en Britta Maria.

De Roode Bioscoop op het Haarlemmerplein kenden we niet. Maar het is een heel leuk theater, nog in oude staat. Met wat bladderende verf, maar een knusse zaal. Je zit op houten klapstoeltjes en waant je terug in de tijd. En omdat je zo dicht op de artiesten zit, lijkt het of een huiskamerconcert wordt gegeven, speciaal voor jou.

Het was niet alles Frans wat de klok sloeg. Ook prachtige in het Nederlands vertaalde nummers van Aznavour kwamen langs. Natuurlijk werd het onvermijdelijk “She” ten gehore gebracht. Een wereldhit, maar zelden of nooit in Frankrijk te horen. We hadden een heerlijke avond. Al met al de reis naar Amsterdam dubbel en dwars waard! En wie denkt, dat wil ik ook… 27 en 28 maart komt de voorstelling nog een keer langs in Amsterdam.

Alle dieren, groot en klein…

Eén van de redenen dat we naar Yorkshire gingen, was dat we zo graag eens wilden zien waar de TV-serie “All creatures great and small” speelde.

De serie wordt momenteel heruitgezonden op TV-kanaal ONS en nog altijd kijken wij daar met veel plezier naar.

En nog steeds is het platteland van Yorkshire onbedorven, stil, weids en van ongewone schoonheid. We reden er vele kilometers zonder een huis te vinden.
Maar schapen des te meer. Ze hebben er de ruimte op de sappige groene weiden.

James Herriot (pseudoniem voor James Alfred Wight) woonde in Thirsk en daar is een museum over de schrijver en zijn werk ingericht. Het plaatsje is inmiddels wat groter gegroeid, mede dankzij het museum en de vele bezoekers die er van heinde en verre komen.

We hadden een heerlijke dag. Eerst de rit er naar toe, door een vriendelijk, rustig en groen Yorkshire. Dan koffie met scones, clotted cream en jam. En een bezoek aan het museum, waar we alle facetten van de serie weer terug zagen.

Wandelen

Ik vind dat er een groot verschil is in wandelen in Engeland of in Nederland.

In Nederland is het vooral nogal geregeld en gestructureerd. Nette bospaden (nou netjes, vaak vol met afval, helaas!), uitgezette wandelingen en binnen de paden blijven.

In Groot Brittannië lijkt het veel vrijer. Om de haverklap staan er wegwijzers met “Public foothpath” erop en loopt de wandeling dwars door een weiland. Engelsen gaan ook wandelen ongeacht het weer. Bleven wij nog even in de auto schuilen, zagen we al stoere mannen en vrouwen, goed in gepakt, met hoedje of zuidwester, op pad gaan. Ja, heb je nog een heleboel mijlen voor de boeg, dan laat je je niet de weg versperren door wat hemelwater.

Wij kozen voor de wat gemakkelijker routes, liepen ook geen tientallen mijlen of kilometers. Maar daarom was het plezier niet minder.

Zo liepen we in Skipton door het bos bij het kasteel. Een wandeling met pittig stijgende en dalende paden, maar gelukkig niet al te glibberig. Met woest stromend water, uitbundig zingende vogels en mooie bomen en uitzichten. En alhoewel ik dan huizenhoog opzie tegen zo’n klim, eenmaal boven ben ik maar wat blij dat ik het gedaan heb én dat zelfs zonder al te veel gehijg en gesteun kon volbrengen.

Herfst…

Hoewel de temperatuur afgelopen donderdag aan voorjaar deed denken, is het nu toch echt helemaal herfst. Overal op de weg liggen bladeren, in de wijktuin kun je tamme kastanjes verzamelen. Notenbomen laten hun vruchten vallen en hoewel de herfstasters nog wel bloeien, begin het verval zich af te tekenen.

Is dat erg? Nee, ik vind van niet. Ik hou wel van dit seizoen. Al mag voor mij de zon zich wel wat minder aarzelend opstellen. Maar goed, dat is niet aan ons om te regelen.

Wat ik ik ook zo fijn vind, is dat het buiten zo heerlijk kan geuren. Naar mos, paddenstoelen, vochtige aarde. Ik hou van die geuren. Dus ook deze tijd zo nu en dan maar een flink stuk lopen. Goed voor mijn humeur en goed voor mijn lijf.

Skipton

De laatste vakantiedagen brachten we door in Skipton. We reden er naar toe in de stromende regen. Natuurlijk gebruikten we de navigatie, maar die had duidelijk moeite met het adres van The Woolly Sheep Inn.

“De bestemming ligt aan een niet toegankelijke weg” meldde Katelijntje van de navigatie regelmatig. We belandden op een parkeerterrein, maar geen hotel te ontdekken. Dan maar weer het drukke verkeer in. Leo is dan geconcentreerd bezig met letten op voetgangers, tegenligggers en vooral links blijven rijden en heeft dus geen oog voor andere zaken. Ik zocht en tuurde, maar geen hotel. Nadat we al drie keer dezelfde rotonde hadden rondgereden, vonden we een plekje in de Hoogstraat en ik ging op zoek naar een winkel waar ze me wellicht verder konden helpen.

En ja hoor, de eerste zaak was raak. De eigenaresse kende het hotel wel vagelijk, maar een klant wees me duidelijk de goeie weg. Maar of we daar konden parkeren….?

Bij de receptie hoorden we dat er een parkeerterrein was, maar dat was wel een beetje verscholen. Natuurlijk reden we er na alle uitleg meteen naar toe, openden de slagboom met een speciale munt en hè hè, we waren er.

Na zo’n vermoeiende rit was Leo wel toe aan een biertje en ik ook. Koffers stonden inmiddels op de kamer, de jassen hingen en wij doken de pub in. Je bent uiteindelijk niet voor niks in Great Britain. “Yes sir”, we gladly would like a nice pint of that beer. Cheerio!”