Herinneringen: schoenen



Al vier keer was ik er langs gelopen, van huis naar school en weer terug. Ik had er zelfs een tram voor laten lopen, omdat ik toch nog even wilde kijken. En ze stonden er nog steeds. Bronsgroene schoenen, met een spits neusje en kittige queeniehakjes. Niet te hoog, niet te breed, zacht glanzend leer. Helemaal volgens de laatste mode. En de prijs, nou ja, dat was niet niks, maar toch ook weer niet zo schreeuwend duur, dacht ik.

Helemaal in de gloria kwam ik thuis. “Mam, ik heb zulke leuke schoenen gezien.”

Moeder leek niet in de stemming voor nieuwe schoenen. Maar ja, dat kon mijn voorpret niet drukken. Ik vertelde wel drie keer achter elkaar dat die mooie schoenen bij winkel X …. Ja,ja, dat wist ze nou wel. Trouwens, daar kopen, dat ging sowieso niet door. Daar moest je betalen. Ja gut, logisch toch? Nee, we gaan naar winkel Z. Daar hadden we wel vaker schoenen gekocht, maar die had lang niet zulke leuke. Waarom nou? Nou daarom. Maar zo gemakkelijk liet ik me niet met een kluitje in het riet sturen.

En na lang zeuren kwam het hoge woord eruit. Daar kon je met bonnen betalen. Oh ja, die bonnen. Ik begreep helemaal niet hoe dat in elkaar stak. Maar ik wist wel dat, voordat er grote aankopen werden gedaan, moeder altijd in een flodderig geel boekje keek om daarna pas te beslissen waar we iets gingen kopen. Later ontdekte ik hoe het werkte. Moeder had een soort van lening gesloten. Ze kreeg echter geen contant geld, maar de beruchte bonnen. Wekelijks betaalde ze de lening af bij de “bonnenman”, een in mijn ogen wat gluiperig tiepje. Die overigens bij meer deuren in de straat aanbelde en geduldig op zijn geld wachtte.

De weken daarna liep ik telkens langs de schoenenwinkel, stil hopend dat ik die mooie schoenen toch eens zou bezitten. Tot op een dag de etalage was veranderd en mijn droomschoenen verdwenen waren.

Maar eindelijk was het dan toch zover. We gingen schoenen kopen. Moeder had voor deze keer besloten om naar Schiedam te gaan, waar ook een “bonnenwinkel” was.

De winkel zat aan het einde van de Rotterdamsedijk. Een behoorlijk stuk lopen, maar dat spaarde weer geld voor de tram uit. Wist ik veel van de geldzorgen van mijn moeder…. En was dat maar het enige. Ook het humeur van mijn vader was een bron van zorgen. Op de meest ongelegen momenten kon hij zomaar van vrolijk naar ongenietbaar omslaan en wekenlang niet willen eten of zelfs maar praten. Het was altijd oppassen met wat je zei of deed. Niet dat het hielp, maar het hele gezin liep spitsroeden om het vader naar de zin te maken.

In de winkel vertelde ik meteen dat ik moderne, vlotte schoenen met een hakje wilde. Moeder protesteerde, nee degelijk en op de winter berekend moesten de schoenen zijn. De verkoopster keek hulpeloos. Dat zou nog wel eens lastig kunnen worden. En of, dacht ik, want de dwarse puber in mij stak net de kop op. Ik zou beslist niet overstag gaan.

Ze begon maar meteen flink, met vijf paar schoenen. Geen enkele beviel me natuurlijk. Nogmaals vijf dozen aangerukt. Weer niks, hoewel mijn moeder er wel iets tussen zag. “Oh nee, die kleur, nee… Dat model, hoe kon ze dat nou denken? Nee, die waren te hoog, die te laag.”

En de stapels schoenendozen werden alsmaar groter. Steeds dieper zuchtend verdween de verkoopster naar het magazijn. Mijn moeder zag inmiddels rood. Zweet parelde op haar voorhoofd en ze schuifelde zenuwachtig op haar stoel. Op het laatst siste ze woedend: “Nou kies je potjandorie een paar, anders gaat het hele feest niet door!” “Nou dan niet toch.” Ik voelde me sterk en we gingen onverrichter zake weer terug naar huis.

‘s Avonds probeerde ik mijn vader te paaien. En daar had ik nou net het verkeerde moment voor gekozen. Hij vloog op en zei: “Nou dan loop je nog maar een tijd op deze barrels. Er worden geen schoenen meer gekocht. Punt! Uit!”

En ik had alleen nog maar dat ene paar flatjes, met een gat in de zool. Die hele winter, of het nu regende, sneeuwde of vroor, ik kreeg geen nieuwe schoenen. En het gat werd steeds groter.

Pas in maart leek de tijd weer rijp voor nieuwe schoenen. En ondanks mijn protesten, de bittere tranen en lieve woordjes. Het werd niet mijn keus, maar de stevige juchtleren veterschoenen die moeders én vaders goedkeuring konden wegdragen.

2 thoughts on “Herinneringen: schoenen

  1. Je bent een goed verhalenschrijfster, Els.
    Dit is typisch een vertelling uit het leven gegrepen. Ondanks dat je na zoveel jaren nog steeds een beetje boos kan worden dat je die bronsgroene schoenen nooit hebt mogen bezitten, heb je dit verhaal met de nodige humor geschreven! Ik heb van je schrijfstijl genoten! Wie weet geef je ooit je eigen verhalenbundel uit.

Comments are closed.